Judges 10:4 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Hij had 30 zonen. Ze reden allemaal op een ezelshengst en hadden allemaal een eigen dorp in Gilead. Nog steeds worden die dorpen Havvot-Jaïr [(= 'de dorpen van Jaïr')] genoemd.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Hij had dertig zonen, die op dertig ezelshengsten reden en dertig steden hadden. Men noemt ze tot op deze dag de dorpen van Jaïr, die in het land Gilead liggen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Hij nu had dertig zonen, die reden op dertig ezelhengsten, en dertig nederzettingen hadden; tot op de huidige dag noemt men ze de dorpen van Jaïr in het land Gilead.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Hij had dertig zonen, die op dertig jonge ezels reden en dertig steden bezaten, die men nu nog Jaïr-kampementen noemt, en in het land van Gilad liggen.
Dutch 2007 (HTB)
Zijn dertig zonen hadden allemaal een eigen ezelshengst en ieder een eigen dorp in het gebied Gilead. Deze groep dorpen heet nog steeds 'Dorpen van Jaïr'.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Hij had 30 zonen, die ieder een jonge ezelshengst bereden en ieder een eigen dorp in Gilead hadden. Tot op de dag van vandaag worden deze dorpen in Gilead de Dorpen van Jaïr genoemd.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Hij had dertig zonen die op dertig ezels reden en dertig steden hadden. Tot op de dag van vandaag worden die ‘de dorpen van Jaïr’ genoemd. Ze liggen in het land van Gilead.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Zijn dertig zonen hadden allemaal een eigen ezelshengst en ieder een eigen dorp in het gebied Gilead. Deze groep dorpen heet nog steeds ‘Dorpen van Jaïr.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En hij had dertig zonen, rijdende op dertig ezelveulens, en die hadden dertig steden, die zij noemden Havvôth-Jaïr, tot op dezen dag, dewelke in het land van Gilead zijn.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En hij had dertig zonen, rijdende op dertig ezelveulens, en die hadden dertig steden, die zij noemden Havvoth-Jair, tot op dezen dag, dewelke in het land van Gilead zijn.