Judges 11:35 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen hij haar zag, scheurde hij zijn kleren [als teken van verdriet]. En hij riep: "Mijn kind, wat maak je me nu toch verdrietig! Je stort me in het ongeluk! Want ik heb aan de Heer een belofte gedaan en ik kan die niet terugnemen."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En het gebeurde, toen hij haar zag, dat hij zijn kleren scheurde, en zei: Ach, mijn dochter! Je laat mij diep neerbukken en je hoort nu bij hen die mij in het ongeluk storten. Ik heb namelijk mijn mond naar de HEERE opengedaan en ik kan er niet op terugkomen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En zodra hij haar zag, verscheurde hij zijn klederen, en riep uit: Ach, mijn dochter, gij buigt mij diep terneer en gij zijt het, die mij in het ongeluk stort; ik heb tegenover de HERE een woord gesproken en kan niet terug.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Zodra hij haar zag, scheurde hij zijn kleren, en riep uit: Ach mijn dochter, ge geeft me de slag; gij stort me in het ongeluk! Ik heb mijn mond voor Jahweh geopend, en kan niet meer terug.
Dutch 2007 (HTB)
Zodra hij haar zag, scheurde hij in wanhoop zijn kleren. "Ach, mijn lieve dochter!" riep hij uit. "Wat doe je mij verdriet. O, wat vreselijk! Ik heb de HERE namelijk iets beloofd en ik kan niet meer terug."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen hij haar zag, scheurde hij zijn kleren en riep uit: "Ach mijn dochter, wat doe je me nu toch een verdriet! Je stort me in het ongeluk! Want ik heb de Heer*** een gelofte gedaan en ik kan die niet terugnemen."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen hij haar zag, verscheurde hij zijn kleren en zei: “Ach, mijn dochter, je maakt mij zo terneergeslagen. Je bent gaan horen bij hen die mij leed aandoen, want ik heb mijn mond voor de HEERE geopend en ik kan niet meer terug.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Zodra hij haar zag, scheurde hij in wanhoop zijn kleren. ‘Ach, mijn lieve dochter!’ riep hij uit. ‘Wat doe je mij verdriet. O, wat vreselijk! Ik heb de Here namelijk iets beloofd en ik kan niet meer terug.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En het geschiedde, als hij haar zag, zo verscheurde hij zijn klederen, en zeide: Ach, mijn dochter! gij hebt mij ganselijk nedergebogen, en gij zijt onder degenen, die mij beroeren; want ik heb mijn mond opengedaan tot den HEERE, en ik zal niet kunnen teruggaan.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En het geschiedde, als hij haar zag, zo verscheurde hij zijn klederen, en zeide: Ach, mijn dochter! gij hebt mij ganselijk nedergebogen, en gij zijt onder degenen, die mij beroeren; want ik heb mijn mond opengedaan tot den HEERE, en ik zal niet kunnen teruggaan.