Judges 11:7 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Maar Jefta antwoordde: "Jullie wilden niets met mij te maken hebben. Jullie hebben mij uit mijn vaders huis weggejaagd. Maar nu jullie in moeilijkheden zitten, moet ik jullie komen redden?"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Jefta zei echter tegen de oudsten van Gilead: Hebt ú mij niet gehaat en mij uit het huis van mijn vader weggejaagd? Waarom bent u dan nu naar mij toe gekomen, nu u in het nauw zit?
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Maar Jefta zeide tot de oudsten van Gilead: Hebt gij mij niet gehaat en uit mijn familie verstoten? Waarom komt gij dan thans bij mij, nu gij in benauwdheid zit?
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar Jefte zei tot de oudsten van Gilad: Zijt gij het soms niet, die me hatelijk hebt weggejaagd uit het huis van mijn vader? Waarom komt ge dan nú naar mij toe, nu ge in nood verkeert?
Dutch 2007 (HTB)
Maar Jefta zei tegen hen: "Waarom komt u bij mij als u mij haat en mij uit mijn vaders huis hebt weggejaagd? Waarom komt u nu u in de problemen zit?"
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Maar Jefta antwoordde: "Jullie haatten mij toch en hebben mij toch uit mijn vaders huis weggejaagd? Waarom komen jullie dan nu bij mij, nu jullie in nood zijn?"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Jefta zei tegen de oudsten van Gilead: “Hebben jullie mij niet gehaat en mij uit het huis van mijn vader verstoten? Waarom komen jullie bij mij nu jullie in het nauw zitten?”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Maar Jefta zei tegen hen: ‘Waarom komt u bij mij als u mij haat en mij uit mijn vaders huis hebt weggejaagd? Waarom komt u nu u in de problemen zit?’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Maar Jeftha zeide tot de oudsten van Gilead: Hebt gijlieden mij niet gehaat, en mij uit mijns vaders huis verstoten? waarom zijt gij dan nu tot mij gekomen, terwijl gij in benauwdheid zijt?
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Maar Jeftha zeide tot de oudsten van Gilead: Hebt gijlieden mij niet gehaat, en mij uit mijn vaders huis verstoten? waarom zijt gij dan nu tot mij gekomen, terwijl gij in benauwdheid zijt?