Judges 13:8 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen bad Manoa vurig tot de Heer: "Heer, laat de man van God die U gestuurd had, alstublieft nóg een keer komen. Dan kan hij ons vertellen wat we moeten doen als de jongen is geboren."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen bad Manoach tot de HERE en zeide: Och, Here, moge de man Gods, die Gij gezonden hebt, nog eens tot ons komen en ons leren, wat wij met de jongen moeten doen, die geboren zal worden.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Toen bad Manóach tot Jahweh: Ach Heer, laat de Godsman, dien Gij gezonden hebt, nog eens tot ons komen, om ons te leren, wat we voor den jongen, die geboren zal worden, moeten doen.
Dutch 2007 (HTB)
Toen bad Manoah: "Och Here, laat alstublieft die Man van God nog eens terugkomen om ons te vertellen wat we moeten doen met het kind dat zal worden geboren."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen smeekte Manoa de Heer***: "Ach Heer***, laat die godsman die U gezonden hebt alstublieft nog een keer bij ons komen om ons te vertellen wat we moeten doen met de jongen die geboren zal worden."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen bad Manoach vurig tot de HEERE en zei: “Och, mijn Heer, laat toch de man van GOD die U gezonden hebt, opnieuw bij ons komen en ons leren wat we moeten doen met de jongen die geboren zal worden.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Toen bad Manoah: ‘Och Here, laat alstublieft die Man van God nog eens terugkomen om ons te vertellen wat we moeten doen met het kind dat zal worden geboren.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen aanbad Manóach den HEERE vuriglijk, en zeide: Och, Heere! dat toch de Man Gods, Dien Gij gezonden hebt, weder tot ons kome, en ons lere, wat wij dat knechtje doen zullen, dat geboren zal worden.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen aanbad Manoach den HEERE vuriglijk, en zeide: Och, HEERE! dat toch de Man Gods, Dien Gij gezonden hebt, weder tot ons kome, en ons lere, wat wij dat knechtje doen zullen, dat geboren zal worden.