Judges 14:13 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Maar als jullie mij niet het goede antwoord kunnen geven, moeten jullie mij 30 onderkleren en 30 bovenkleren geven." Ze antwoordden: "Goed, laat je raadsel maar horen."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Maar als u het mij niet kunt uitleggen, dan moet u míj dertig stel onderkleren en dertig stel boven kleren geven. Daarop zeiden zij tegen hem: Geef uw raadsel op en laat het ons horen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Maar indien gij mij de oplossing niet kunt geven, dan zult gij mij dertig onderklederen en dertig bovenklederen geven. En zij zeiden tot hem: Geef uw raadsel op, dat wij het horen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
kunt ge het mij niet oplossen, dan moet ge mij dertig onder- en dertig bovenklederen geven. Ze antwoordden: Geef uw raadsel maar op; we willen het wel eens horen.
Dutch 2007 (HTB)
Maar als jullie de oplossing niet weten, moeten jullie al die kleren aan mij geven!" "Goed", zeiden de anderen. "Vertel het raadsel maar."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Maar als jullie het niet weten op te lossen, moeten jullie mij 30 stel onder- en bovenkleren geven." Ze antwoordden: "Laat je raadsel maar horen."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Als jullie het niet aan mij kunnen uitleggen, dan moeten jullie dertig linnen onderklederen en dertig stuks gelegenheidsklederen aan mij geven.” Zij zeiden tegen hem: “Geef ons je raadsel op, laat het ons horen!”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Maar als jullie de oplossing niet weten, moeten jullie al die kleren aan mij geven!’ ‘Goed,’ zeiden de anderen. ‘Vertel het raadsel maar.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En indien gij het mij niet zult kunnen verklaren, zo zult gijlieden mij geven dertig fijne lijnwaadsklederen, en dertig wisselklederen. En zij zeiden tot hem: Geef uw raadsel te raden, en laat het ons horen.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En indien gij het mij niet zult kunnen verklaren, zo zult gijlieden mij geven dertig fijne lijnwaadsklederen, en dertig wisselklederen. En zij zeiden tot hem: Geef uw raadsel te raden, en laat het ons horen.