Judges 19:23 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De oude man ging naar buiten en zei tegen hen: "Nee, vrienden, zoiets kunnen jullie toch niet doen! Deze man is mijn gast. Zoiets vreselijks mogen jullie niet doen.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Maar de man, de heer des huizes, ging naar buiten, naar hen toe, en zei tegen hen: Nee, mijn broeders, doe toch geen kwaad, nu deze man in mijn huis gekomen is. Bega zo'n dwaasheid niet.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen ging de man, de heer des huizes, naar hen toe, buiten en zeide tot hen: Neen, mijn broeders, doet toch geen kwaad; nu deze man in mijn huis gekomen is, moet gij deze schandelijke dwaasheid niet begaan.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Doch de eigenaar van het huis ging naar hen toe en zei hun: Neen, broeders, dat kwaad moogt ge niet doen. Die man is nu eenmaal mijn gast, en ge moogt dus zo iets schandelijks niet doen.
Dutch 2007 (HTB)
De oude man ging naar buiten om met hen te praten. "Nee, beste mensen, doe toch alstublieft niet zoiets schandelijks met de man die bij mij te gast is", smeekte hij.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
De oude man ging naar buiten en zei tegen hen: "Nee, vrienden, deze man is mijn gast, doe hem geen kwaad, en zéker niet zoiets schandelijks.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
De man, de heer van het huis, ging naar buiten en zei tegen hen: “Nee, mijn broeders, doe toch geen kwaad, nu deze man bij mij in huis gekomen is. Jullie mogen zo’n schanddaad niet begaan.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
De oude man ging naar buiten om met hen te praten. ‘Nee, beste mensen, doe toch alstublieft niet zoiets schandelijks met de man die bij mij te gast is,’ smeekte hij.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En de man, de heer des huizes, ging tot hen uit, en zeide tot hen: Niet, mijn broeders, doet toch zo kwalijk niet; naardien deze man in mijn huis gekomen is, zo doet zulke dwaasheid niet.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En de man, de heer des huizes, ging tot hen uit, en zeide tot hen: Niet, mijn broeders, doet toch zo kwalijk niet; naardien deze man in mijn huis gekomen is, zo doet zulke dwaasheid niet.