Judges 20:32 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Daardoor dachten ze dat ze de Israëlieten verslagen hadden, net als de vorige keer. Maar de Israëlieten hadden afgesproken: "We doen alsof we vluchten. Zo lokken we hen van de stad weg, naar de wegen."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen zeiden de Benjaminieten: Zij zijn voor onze ogen verslagen zoals eerst. Maar de Israëlieten zeiden: Laten wij vluchten en hen van de stad weglokken, naar de hoofdwegen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En de Benjaminieten dachten: Zij zijn door ons verslagen zoals eerst. Maar de Israëlieten hadden afgesproken: Laten wij vluchten en hen van de stad weglokken naar de heerbanen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
En reeds dachten de Benjamieten: Ze worden door ons verslagen evenals vroeger! Maar de Israëlieten hadden afgesproken: We zullen vluchten, en ze van de stad aftrekken, de wegen op.
Dutch 2007 (HTB)
De Benjaminieten dachten toen dat zij net als tevoren de Israëlieten hadden verslagen, maar deze hadden van tevoren afgesproken te vluchten om zo het leger van Benjamin weg te lokken van de stad naar de grote wegen.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Daarom zeiden de Benjaminieten: "We hebben hen opnieuw verslagen!" Maar de Israëlieten hadden gezegd: "We trekken ons terug om hen van de stad weg te lokken naar de wegen."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen zeiden de zonen van Benjamin: “Verslagen zijn ze, voor onze ogen, net als eerst.” Maar de zonen van Israël zeiden: “Laten wij vluchten en hen van de stad weglokken naar de grote wegen.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
De Benjaminieten dachten toen dat zij net als tevoren de Israëlieten hadden verslagen, maar deze hadden van tevoren afgesproken te vluchten om zo het leger van Benjamin weg te lokken van de stad naar de grote wegen.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen zeiden de kinderen van Benjamin: Zij zijn voor ons aangezicht geslagen, als te voren; maar de kinderen Israëls zeiden: Laat ons vlieden, en hen van de stad aftrekken naar de straten.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen zeiden de kinderen van Benjamin: Zij zijn voor ons aangezicht geslagen, als te voren; maar de kinderen Israels zeiden: Laat ons vlieden, en hen van de stad aftrekken naar de straten.