Judges 3:20 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De koning bleef alleen achter in de koele bovenkamer. Ehud ging naar binnen en zei: "Ik heb een boodschap van God voor u." De koning ging staan.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En Ehud kwam naar hem toe, terwijl hij in het koele bovenvertrek zat, dat hij voor zich alleen had. Toen zei Ehud: Ik heb een woord van God voor u. En hij stond op van de troon.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen kwam Ehud bij hem binnen, terwijl hij zat in het koele bovenvertrek, dat hij voor zich alleen had, en Ehud zeide: Ik heb een woord Gods voor u. Toen stond hij op van zijn zetel.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Toen nu Ehoed bij hem kwam, zat hij alleen in de koele opperzaal. En Ehoed sprak: Ik heb een godsspraak voor u. Terwijl Eglon van zijn zetel opstond,
Dutch 2007 (HTB)
Ehud liep op de koning toe, die helemaal alleen in de koele bovenzaal zat, en zei tegen hem: "Het is een boodschap van God!" Eglon stond meteen op van zijn troon om de boodschap aan te horen.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Ehud ging naar hem toe, in de koele bovenzaal die de koning voor zich alleen had. En Ehud zei: "Ik heb een boodschap van God voor u." De koning stond op van zijn troon.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen kwam Ehud bij hem terwijl hij in het koele bovenvertrek zat, dat voor hem alleen was, en Ehud zei: “Ik heb een woord van GOD voor u.” En hij stond op van zijn troon.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Ehud liep op de koning toe, die helemaal alleen in de koele bovenzaal zat, en zei tegen hem: ‘Het is een boodschap van God!’ Eglon stond meteen op van zijn troon om de boodschap aan te horen.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En Ehud kwam tot hem in, daar hij was zittende in een koele opperzaal, die hij voor zich alleen had; zo zeide Ehud: Ik heb een woord Gods aan u. Toen stond hij op van den stoel.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En Ehud kwam tot hem in, daar hij was zittende in een koele opperzaal, die hij voor zich alleen had; zo zeide Ehud: Ik heb een woord Gods aan u. Toen stond hij op van den stoel.