Judges 6:5 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Als een zwerm sprinkhanen kwamen ze het land in met hun kudden en hun tenten, een ontelbaar aantal mensen en kamelen. Ze verwoestten het land.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Want zij trokken op met hun vee en hun tenten: zo talrijk als sprinkhanen kwamen zij, zodat men hen en hun kamelen niet kon tellen. En zij kwamen in het land om dat teniet te doen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Want zij trokken op met kudden en tenten, en zij kwamen talrijk als sprinkhanen; zij waren niet te tellen, zij, noch hun kamelen, en zij kwamen het land verwoesten,
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Wanneer ze kwamen opzetten met hun kudden, waren hun tenten talrijk als sprinkhanen, en zijzelf met hun kamelen ontelbaar. Ze vielen het land binnen om het te verwoesten,
Dutch 2007 (HTB)
Deze vijandelijke horden vielen het land binnen met hun kudden en tenten en leken wel een zwerm sprinkhanen: een ontelbare massa mensen en kamelen. Ze beroofden en verwoestten het land helemaal,
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Ze trokken met hun kudden en tenten het land binnen als een zwerm sprinkhanen, een ontelbare menigte van mensen en kamelen die het land te gronde richtte.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
want zij trokken op met hun vee en hun tenten en kwamen als een zwerm sprinkhanen binnen vallen. Ontelbaar waren zij met hun kamelen en zij kwamen het land binnen om het te verwoesten.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Deze vijandelijke horden vielen het land binnen met hun kudden en tenten en leken wel een zwerm sprinkhanen: een ontelbare massa mensen en kamelen. Ze beroofden en verwoestten het land helemaal,
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Want zij kwamen op met hun vee en hun tenten; zij kwamen gelijk de sprinkhanen in menigte, dat men hen en hun kemelen niet tellen kon; en zij kwamen in het land, om dat te verderven.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Want zij kwamen op met hun vee en hun tenten; zij kwamen gelijk de sprinkhanen in menigte, dat men hen en hun kemelen niet tellen kon; en zij kwamen in het land, om dat te verderven.