Judges 9:36 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Hij zei tegen Zebul: "Kijk, er komen mensen van de bergen naar beneden!" Maar Zebul antwoordde: "Nee, je ziet de schaduwen op de bergen voor mensen aan."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen Gaäl het volk zag, zei hij tegen Zebul: Zie, er komt volk van de bergtoppen naar beneden. Zebul zei echter tegen hem: U ziet de schaduw van de bergen voor mensen aan.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Gaäl nu zag dit krijgsvolk en zeide tot Zebul: Zie, er dalen mensen af van de toppen der bergen. Maar Zebul zeide tot hem: Gij ziet de schaduw der bergen voor mensen aan.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Gáal, de zoon van Ébed, bemerkte dat volk, en zei tot Zeboel: Kijk, daar daalt volk van de bergtoppen af. Maar Zeboel zeide hem: Ge ziet de schaduw der bergen voor mannen aan.
Dutch 2007 (HTB)
Toen Gaäl hem zag naderen, zei hij tegen Zebul: "Kijk daar eens! Komen daar geen mensen van de berg af?" "Welnee!" antwoordde Zebul. "U ziet schaduwen voor mensen aan!"
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen Gaäl de mannen zag, zei hij tegen Zebul: "Kijk, er dalen mensen af van de bergen!" Zebul antwoordde: "Je ziet de schaduw van de bergen voor mensen aan."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen Gaäl het volk zag, zei hij tegen Zebul: “Zie, er daalt volk van de toppen van de bergen af.” Zebul echter zei tegen hem: “Je ziet de schaduw en van de bergen voor mensen aan.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Toen Gaäl hem zag naderen, zei hij tegen Zebul: ‘Kijk daar eens! Komen daar geen mensen van de berg af?’ ‘Welnee!’ antwoordde Zebul. ‘U ziet schaduwen voor mensen aan!’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Als Gaäl dat volk zag, zo zeide hij tot Zebul: Zie, er komt volk af van de hoogten der bergen. Zebul daarentegen zeide tot hem: Gij ziet de schaduw der bergen voor mensen aan.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Als Gaal dat volk zag, zo zeide hij tot Zebul: Zie, er komt volk af van de hoogten der bergen. Zebul daarentegen zeide tot hem: Gij ziet de schaduw der bergen voor mensen aan.