Leviticus 11:13 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De volgende vogels moeten jullie walgelijk vinden en mogen jullie niet eten: arenden, haviken en zeearenden,
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En van deze vogel soorten moet u een afschuw hebben; ze mogen niet gegeten worden, ze zijn iets afschuwelijks: de arend, de lammergier, de monniksgier,
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Deze zult gij verafschuwen onder de vogels, – zij mogen niet gegeten worden, een gruwel zijn zij –: de arend, de lammergier en de zeearend,
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Van de gevleugelde dieren moet ge de volgende verfoeien; omdat ze een gruwel zijn, mogen ze niet worden gegeten: de arend, de lammergier en de aasgier,
Dutch 2007 (HTB)
Wat de vogels betreft, zijn dit de soorten die niet mogen worden gegeten: de arend, de lammergier, de zeearend, de wouw en alle soorten gieren, alle soorten raven, de struisvogel, de katuil, de meeuw en alle soorten sperwers, de steenuil, de aalscholver en de oehoe, de witte uil, de pelikaan, de aasgier en de ooievaar, alle soorten reigers, de hop en de vleermuis.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
De volgende vogels moeten jullie verafschuwen en mogen niet worden gegeten: arenden, haviken en zeearenden,
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Van deze vogels zullen jullie gruwen, ze mogen niet gegeten worden, ze zijn iets afschuwelijks: de arend, de lammergier, de zeearend,
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Wat de vogels betreft, zijn dit de soorten die niet mogen worden gegeten: de arend, de lammergier, de zee-arend, de wouw en alle soorten gieren, alle soorten raven, de struisvogel, de kat-uil, de meeuw en alle soorten sperwers, de steenuil, de aalscholver en de oehoe, de witte uil, de pelikaan, de aasgier en de ooievaar, alle soorten reigers, de hop en de vleermuis.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En van het gevogelte zult gij deze verfoeien, zij zullen niet gegeten worden, zij zullen een verfoeisel zijn: de arend, en de havik, en de zeearend,
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En van het gevogelte zult gij deze verfoeien, zij zullen niet gegeten worden, zij zullen een verfoeisel zijn: de arend, en de havik, en de zeearend,