Leviticus 11:44 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Want Ik ben jullie Heer God. Zorg ervoor dat jullie heilig leven. Leef heilig, want Ik ben heilig. Maak jezelf niet onrein door kruipende dieren te eten.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
want Ik ben de HEERE, uw God. U moet zich heiligen en heilig zijn, want Ik ben heilig. U mag uzelf niet verontreinigen met al de kruipende dieren die zich over de aarde voortbewegen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Want Ik ben de HERE, uw God; heiligt u en weest heilig, want Ik ben heilig; verontreinigt uzelf niet door allerlei wemelend gedierte dat op de grond krioelt.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Want Ik, Jahweh, ben uw God! Gedraagt u dus heilig, en weest heilig, omdat Ik heilig ben. Verontreinigt u niet door al het ongedierte, dat over de grond kruipt;
Dutch 2007 (HTB)
Ik ben de HERE, uw God. Heilig u en wees heilig, want Ik ben heilig; daarom moet u cck heilig zijn en mag u zich niet verontreinigen met één van deze kruipende dieren.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Want Ik ben de Heer***, jullie God. Jullie moeten jezelf heiligen, omdat Ik heilig ben. Zorg dat jullie heilig zijn en jezelf niet onrein maken met wat voor kruipend gedierte dan ook.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Want Ik ben de HEERE, jullie GOD. Jullie moeten je heiligen en heilig zijn, omdat Ik heilig ben. Jullie zullen jullie zielen niet verontreinigen met al het kruipend gedierte dat op aarde rondkruipt.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Ik ben de Here, uw God. Heilig u en wees heilig, want Ik ben heilig, daarom moet u óók heilig zijn en mag u zich niet verontreinigen met een van deze kruipende dieren.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Want Ik ben de HEERE, uw God; daarom zult gij u heiligen, en heilig zijn, dewijl Ik heilig ben; en gij zult uw ziel niet verontreinigen aan enig kruipend gedierte, dat zich op de aarde roert.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Want Ik ben de HEERE, uw God; daarom zult gij u heiligen, en heilig zijn, dewijl Ik heilig ben; en gij zult uw ziel niet verontreinigen aan enig kruipend gedierte, dat zich op de aarde roert.