Leviticus 13:45 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Iemand die een besmettelijke huidziekte heeft, moet in gescheurde kleren lopen. Hij moet zijn haar los laten hangen en een doek voor zijn mond doen en roepen: 'Onrein! Onrein!'
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
De kleren van de melaatse bij wie de ziekte is vastgesteld, moeten ingescheurd worden, zijn hoofd haar moet hij los laten hangen, hij moet zijn baard en snor bedekken en hij moet roepen: Onrein, onrein!
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
De klederen van de melaatse, die door de plaag getroffen is, zullen gescheurd zijn, zijn hoofdhaar zal hij los laten hangen en de bovenlip bedekken en roepen: Onrein, onrein!
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Wie door melaatsheid is getroffen, moet met gescheurde kleren gaan, het hoofd onbedekt, zijn bovenlip omwonden, en hij moet roepen: Onrein, onrein!
Dutch 2007 (HTB)
Ieder bij wie melaatsheid is geconstateerd, moet zijn kleren scheuren, blootshoofds lopen en zijn bovenlip bedekken. Overal waar hij loopt, moet hij roepen:Melaats, melaats!?
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Iemand die melaats is moet in gescheurde kleren lopen, zijn haar los laten hangen, een doek voor zijn mond slaan en roepen: 'Onrein! Onrein!'
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
De kleren van de melaatse, die de aandoening heeft, moeten ingescheurd worden en zijn hoofd haar moet hij los laten hangen en zijn bovenlip moet hij bedekken en hij moet roepen: ‘Onrein, onrein!’
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Ieder bij wie melaatsheid is geconstateerd, moet zijn kleren scheuren, blootshoofds lopen en zijn bovenlip bedekken. Overal waar hij loopt, moet hij roepen: “Melaats, melaats!”
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Voorts zullen de klederen des melaatsen, in wien die plaag is, gescheurd zijn, en zijn hoofd zal ontbloot zijn, en hij zal de bovenste lip bewimpelen; daartoe zal hij roepen: Onrein, onrein!
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Voorts zullen de klederen des melaatsen, in wien die plaag is, gescheurd zijn, en zijn hoofd zal ontbloot zijn, en hij zal de bovenste lip bewimpelen; daartoe zal hij roepen: Onrein, onrein!