Leviticus 14:29 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Wat er in zijn hand is overgebleven, moet hij op het hoofd van de man doen. Zo moet de priester aan Mij om vergeving voor hem vragen.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En het overige van de olie die in de hand van de priester is, moet hij op het hoofd strijken van hem die gereinigd wordt, om verzoening voor hem te doen voor het aangezicht van de HEERE.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En wat van de olie in zijn hand is overgebleven, zal de priester doen op het hoofd van hem die gereinigd moet worden, om over hem verzoening te doen voor het aangezicht des HEREN.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Wat er dan nog over is van de olie, die op de hand van den priester ligt, moet hij op het hoofd van hem, die gereinigd moet worden, uitstorten om voor het aanschijn van Jahweh verzoening te verkrijgen.
Dutch 2007 (HTB)
De rest van de olie moet op het hoofd van de man worden gedaan om verzoening voor hem te doen voor de HERE.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Wat er dan nog van de olie in zijn hand is overgebleven moet hij op het hoofd strijken van degene die gereinigd moet worden. Zo zal de priester verzoening voor hem doen in de tegenwoordigheid van de Heer***.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
De rest van de olie, die in de hand van de priester is, zal hij strijken op het hoofd van hem die gereinigd wordt om zo verzoening over hem te doen voor het aangezicht van de HEERE.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
De rest van de olie moet op het hoofd van de man worden gedaan om verzoening voor hem te doen voor de Here.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En het overgeblevene van de olie, die in de hand des priesters is, zal hij doen op het hoofd desgenen, die te reinigen is, om de verzoening voor hem te doen, voor het aangezicht des HEEREN.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En het overgeblevene van de olie, die in de hand des priesters is, zal hij doen op het hoofd desgenen, die te reinigen is, om de verzoening voor hem te doen, voor het aangezicht des HEEREN.