Leviticus 22:25 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Ook vreemdelingen mogen zulke dieren niet aan Mij offeren. Want zulke dieren zijn niet helemaal gezond. Met zo'n offer zal Ik niet blij zijn."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Ook uit de hand van de vreemdeling mag u niets van dit alles uw God als voedsel aanbieden, want ze zijn geschonden; ze hebben een gebrek. Ze zouden u niet ten goede komen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Ook uit de hand van een vreemdeling zult gij niets van dat alles uw God als spijze offeren, want zij zijn geschonden, er is een gebrek aan; het zal u niet welgevallig doen zijn.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
maar ze ook niet van vreemden kopen, om ze uw God als spijs te offeren. Want ze zijn verminkt, en hebben een gebrek; ze zouden u niet ten goede komen.
Dutch 2007 (HTB)
Deze voorschriften gelden ook voor offers van buitenlanders, want geen enkel gebrekkig dier is geschikt als offergave.?
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Ook van vreemdelingen mogen jullie dergelijke dieren niet aannemen om ze als voedsel voor jullie God te offeren, want ze zijn verminkt, ze hebben een gebrek. Ze worden niet aanvaard."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Uit de hand van een zoon van een vreemdeling mogen jullie van al die dingen geen offer maal aan jullie GOD offeren, want het bederf van die dingen zit erin en ook het gebrek ervan. Het zal niet met genoegen ten behoeve van jullie aanvaard worden.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Deze voorschriften gelden ook voor offers van buitenlanders, want geen enkel gebrekkig dier is geschikt als offergave.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Gij zult ook uit de hand des vreemden van al deze dingen uw God geen spijs offeren; want hun verdorvenheid is in hen, in dezelve is gebrek, zij zouden niet aangenaam zijn voor u.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Gij zult ook uit de hand des vreemden van al deze dingen uw God geen spijs offeren; want hun verdorvenheid is in hen, in dezelve is gebrek, zij zouden niet aangenaam zijn voor u.