Leviticus 26:37 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Jullie zullen over elkaar struikelen alsof de vijand jullie op de hielen zit, terwijl er helemaal niemand is die jullie achtervolgt. Jullie zullen door je vijanden verslagen worden.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Zij zullen over elkaar struikelen alsof ze zich voor een zwaard uit de voeten maken, terwijl niemand hen opjaagt. U zult geen stand kunnen houden tegen uw vijanden,
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En de een zal over de ander struikelen als voor het zwaard, zonder dat er een vervolger is, en gij zult voor uw vijanden geen stand kunnen houden.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
zij struikelen over elkander als zit hen het zwaard op de hielen, ofschoon niemand achter hen is. Voor uw vijanden zult ge geen stand houden,
Dutch 2007 (HTB)
En ook al is er geen vervolger, toch zullen zij in hun vlucht over elkaar struikelen, alsof zij in tijd van oorlog op de vlucht slaan, zonder de kracht te hebben tegen de vijand te vechten.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Ze zullen over elkaar struikelen alsof ze vluchten voor het zwaard, hoewel niemand hen achtervolgt. Jullie zullen niet tegen je vijanden kunnen standhouden.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Zij zullen over elkaar struikelen als bij het zien van een zwaard, terwijl er niemand is die achtervolgt. Jullie zullen niet kunnen standhouden voor de ogen van jullie vijanden,
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
En ook al is er geen vervolger, toch zullen zij in hun vlucht over elkaar struikelen, alsof zij in tijd van oorlog op de vlucht slaan, zonder de kracht te hebben tegen de vijand te vechten.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En zij zullen de een op den ander als voor het zwaard vallen, waar niemand is, die jaagt; en gij zult voor het aangezicht uwer vijanden niet kunnen bestaan.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En zij zullen de een op den ander als voor het zwaard vallen, waar niemand is, die jaagt; en gij zult voor het aangezicht uwer vijanden niet kunnen bestaan.