Luke 1:66 — Compare Translations
13 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Iedereen die het hoorde, vroeg zich af: "Wat zal dat kind voor iemand worden?" En God was met hem.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En allen die het hoorden, namen het ter harte en zeiden: Wat zal er toch van dit kind worden? En de hand van de Heere was met hem.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En allen die het hoorden, namen het ter harte en zeiden: Wat zal er van dit kind worden? Want de hand des Heren was met hem.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Allen, die het hoorden, dachten er over na, en zeiden: Wat zal er toch worden van dat kind? Waarachtig, de hand des Heren was met hem!
Dutch 2007 (HTB)
Ieder die het nieuws hoorde, nam het ter harte en zei: "Wat zal er van dat kind worden?" Want het was duidelijk dat de Here iets bijzonders met hem voorhad.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Iedereen die het hoorde, bleef erover nadenken en vroeg zich af: "Wat zal dat kind voor iemand worden?" Want de hand van de Heer was met hem.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Allen die het hoorden, overdachten het in hun hart en zeiden: “Wat zal toch van deze jongen worden?” En de hand van de HEERE was met hem.
Dutch Frisian
En aule, dee daut heade, nauhme daut too Hoate en säde: Waut woat üt disem Tjint woare? Dan däm Harr siene Haunt wea met am.
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Allen die ervan hoorden, dachten erover na en vroegen zich af: “Wat zal er van dit kind terechtkomen?” Het was namelijk duidelijk dat de zegen van de Heer op hem rustte.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Ieder die het nieuws hoorde, nam het ter harte en zei: ‘Wat zal er van dat kind worden?’ Want het was duidelijk dat de Here iets bijzonders met hem voorhad.
Dutch Reimer 2001
En aul dee, dee daut heade neeme daut to Hoat, en saede: "Waut woat dit fa en Kjint senne?" dan daem Herr siene Haunt wea secha aewa am.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En allen, die het hoorden, namen het ter harte, zeggende: Wat zal toch dit kindeken wezen? En de hand des Heeren was met hem.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En allen, die het hoorden, namen het ter harte, zeggende: Wat zal toch dit kindeken wezen? En de hand des Heeren was met hem.