Luke 11:5 — Compare Translations

13 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Hij zei tegen hen: "Stel dat je midden in de nacht naar een vriend gaat en zegt: 'Vriend, wil je mij alsjeblieft drie broden lenen.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En Hij zei tegen hen: Stel dat iemand van u een vriend heeft en midden in de nacht naar hem toe gaat en tegen hem zegt: Vriend, leen mij drie broden,
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En Hij zeide tot hen: Wie van u zal een vriend hebben, die midden in de nacht bij hem komt en tot hem zegt: Vriend, leen mij drie broden,
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Ook zeide Hij hun: Veronderstelt, iemand van u heeft een vriend, en hij gaat te middernacht naar hem toe, en zegt: Vriend, leen me drie broden;
Dutch 2007 (HTB)
Jezus leerde hun nog meer over het gebed. "Stel dat je midden in de nacht naar een vriend gaat om drie broden te lenen.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Hij zei tegen hen: "Stel dat iemand van jullie een vriend heeft en midden in de nacht naar hem toe gaat en tegen hem zegt: 'Vriend, ik wil graag drie broden van je lenen,
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Hij zei tegen hen: “Wie onder jullie die een vriend heeft, zou midden in de nacht naar hem toe gaan en tegen hem zeggen: ‘ Vriend, leen mij drie broden,
Dutch Frisian
En hee säd too ahn: Wäa von jünt woat eenen Frint ha en woat meddel enne Nacht no am gohne en too am saje: Frint, liee mie dree Brood,
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Jezus zei tegen hen: “Stel dat een van jullie een vriend heeft naar wie je midden in de nacht toe gaat en zegt: ‘Vriend, wil je mij drie broden geven,
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Jezus leerde hun nog meer over het gebed. ‘Stel dat je midden in de nacht naar een vriend gaat om drie broden te lenen.
Dutch Reimer 2001
En hee saed to an: "Waea fonn ju dee en Frint haft en jeit no am med enne Nacht en sajcht to am: 'Frint, lie mie dree Bulkje;
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En Hij zeide tot hen: Wie van u zal een vriend hebben, en zal ter middernacht tot hem gaan, en tot hem zeggen: Vriend! leen mij drie broden;
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En Hij zeide tot hen: Wie van u zal een vriend hebben, en zal ter middernacht tot hem gaan, en tot hem zeggen: Vriend! leen mij drie broden;