Luke 16:5 — Compare Translations

13 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
En hij riep één voor één de mensen bij zich die nog iets aan zijn heer schuldig waren. Hij zei tegen de eerste: 'Hoeveel ben je aan mijn heer schuldig?'
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En hij riep de schuldenaars van zijn heer één voor één bij zich en zei tegen de eerste: Hoeveel bent u mijn heer schuldig?
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En hij ontbood de schuldenaars van zijn heer één voor één bij zich. Hij zeide tot de eerste: Hoeveel zijt gij mijn heer schuldig?
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Hij ontbood één voor één de schuldenaars van zijn heer. En tot den eersten sprak hij: Hoeveel zijt ge mijn heer schuldig?
Dutch 2007 (HTB)
Hij liet de mensen die bij zijn heer in de schuld stonden een voor een bij zich komen. 'Wat bent u mijn heer nog schuldig?' vroeg hij aan de eerste.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
En hij riep de schuldenaars van zijn heer een voor een bij zich. Hij vroeg de eerste: 'Hoeveel ben je mijn heer schuldig?'
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Hij riep ieder die zijn heer iets schuldig was en zei tegen de eerste: ‘Hoeveel ben je mijn heer schuldig?’
Dutch Frisian
En hee roopt eenen jiedrem von sienem Harr siene Schuldna no sich en säd tom easchten: Woo väl best dü mienem Harr schuldijch?
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Hij riep iedereen die bij zijn baas in de schuld stond, bij zich. Hij vroeg aan de eerste: ‘Hoeveel bent u mijn baas schuldig?’
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Hij liet de mensen die bij zijn heer in de schuld stonden een voor een bij zich komen. “Wat bent u mijn heer nog schuldig?” vroeg hij aan de eerste.
Dutch Reimer 2001
Hee roopt donn en jieda fonn dee, dee sien Herr waut schuldich wea, en saed tom easchta: 'Woo fael best du mien Herr schuldich?'
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En hij riep tot zich een iegelijk van de schuldenaars zijns heeren, en zeide tot den eersten: Hoeveel zijt gij mijn heer schuldig?
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En hij riep tot zich een iegelijk van de schuldenaars zijns heeren, en zeide tot den eersten: Hoeveel zijt gij mijn heer schuldig?