Luke 6:3 — Compare Translations
13 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Jezus antwoordde: "Hebben jullie dan niet gelezen wat David vroeger heeft gedaan toen hij en zijn mannen honger hadden?
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Jezus antwoordde en zei tegen hen: Hebt u ook dat niet gelezen wat David deed toen hij honger had, en zij die bij hem waren?
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Hebt gij dan ook dit niet gelezen, wat David gedaan heeft, toen hij en die met hem waren honger kregen?
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Jesus gaf hun ten antwoord: Hebt ge dan niet gelezen, wat David deed, toen hij met zijn gevolg honger had?
Dutch 2007 (HTB)
Jezus antwoordde: "Hebt u nooit gelezen wat David deed toen hij en zijn mannen honger hadden?
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Jezus antwoordde: "Hebben jullie dan niet gelezen wat David gedaan heeft toen hij en zijn mannen honger hadden?
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Jezus antwoordde en zei tegen hen: “Hebben jullie niet gelezen wat David en zij die bij hem waren deden, toen hij honger had?
Dutch Frisian
En Jesus auntwuad en säd too ahn: Ha jie uck dit nijch jeläst, waut Doft deed, aus am en dee, bie am weare hungad?
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Jezus antwoordde: “Hebben jullie niet gelezen wat David deed toen hij en zijn mannen honger hadden?
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Jezus antwoordde: ‘Hebt u nooit gelezen wat David deed toen hij en zijn mannen honger hadden?
Dutch Reimer 2001
En Jesus auntwuad en saed to an: "Ha jie daut nich jelaest waut Doft deed, aus hee en dee, dee met am weare, hungrich weare?
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En Jezus, hun antwoordende, zeide: Hebt gij ook dat niet gelezen, hetwelk David deed, wanneer hem hongerde, en dengenen, die met hem waren?
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En Jezus, hun antwoordende, zeide: Hebt gij ook dat niet gelezen, hetwelk David deed, wanneer hem hongerde, en dengenen, die met hem waren?