Luke 7:36 — Compare Translations

13 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Eén van de Farizeeërs nodigde Jezus uit om bij hem thuis te komen eten. Jezus kwam in het huis van de Farizeeër en ging aan tafel.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En een van de Farizeeën vroeg of Hij bij hem kwam eten; en toen Hij het huis van de Farizeeër binnengegaan was, lag Hij aan.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Een der Farizeeën nodigde Hem om bij hem te komen eten; en Hij kwam in het huis van de Farizeeër en ging aanliggen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Een der farizeën verzocht Hem eens bij zich ten eten. Hij ging het huis van den farizeër binnen, en lag aan tafel aan.
Dutch 2007 (HTB)
Een van de Farizeeërs nodigde Jezus uit bij hem thuis te komen eten. Jezus nam die uitnodiging aan en ging aan tafel.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Een van de Farizeeërs nodigde Jezus uit bij hem te komen eten. Jezus kwam het huis van de Farizeeër binnen en ging aan tafel.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Eén van de Farizeeën nodigde Hem uit om bij hem te komen eten en Hij ging het huis van de Farizeeër binnen en ging aan tafel aanliggen.
Dutch Frisian
Doa bedd am oba eena de Farisäa, daut hee met am äte mucht; en hee jintj enn däm Farisäa sien Hüs en läd sad sich aum too Desch.
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Eén van de farizeeën nodigde Jezus uit voor een maaltijd bij hem thuis. Jezus ging naar het huis van die farizeeër en nam plaats aan tafel.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Een van de Farizeeën nodigde Jezus uit bij hem thuis te komen eten. Jezus nam die uitnodiging aan en ging aan tafel.
Dutch Reimer 2001
En jewessa fonn dee Farisaea kroagd am met am toop to aete, en hee jinkj enn daem Farisaea sien Hus enemm en sad sikj dol.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En een der farizeeën bad Hem, dat Hij met hem ate; en ingegaan zijnde in des farizeeërs huis, zat Hij aan.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En een der Farizeen bad Hem, dat Hij met hem ate; en ingegaan zijnde in des Farizeers huis, zat Hij aan.