Luke 9:12 — Compare Translations
13 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen het avond begon te worden, kwamen de twaalf leerlingen naar Jezus toe. Ze zeiden tegen Hem: "Stuur de mensen nu maar weg. Dan kunnen ze naar de dorpen en boerderijen in de omgeving gaan om daar te eten en te slapen. Want het is hier eenzaam."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
De dag begon te dalen. De twaalf kwamen naar Hem toe en zeiden tegen Hem: Stuur de menigte weg, opdat zij naar de omliggende dorpen en gehuchten gaan om onderdak en voedsel te vinden, want wij zijn hier op een eenzame plaats.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En de dag begon te dalen; en de twaalven kwamen bij Hem en zeiden tot Hem: Zend de schare weg, opdat zij naar de dorpen en hoeven in de omtrek gaan om onderdak en spijs te vinden, want wij zijn hier in een eenzame plaats.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar toen de avond begon te vallen, kwam het twaalftal naar Hem toe, en zeide: Zend de menigte heen; dan kunnen ze naar de omliggende dorpen en vlekken gaan, om onderkomen en voedsel te vinden; want we zijn hier in een verlaten streek.
Dutch 2007 (HTB)
Tegen de avond kwamen de twaalf discipelen bij Hem staan en zeiden: "U moet de mensen nu toch laten gaan! Dan kunnen zij nog eten kopen en onderdak vinden in de dorpen en boerderijen in de omtrek. Want in deze verlaten streek is niets te krijgen."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen de dag ten einde liep, gingen de twaalf naar Jezus en zeiden tegen Hem: "Stuur de mensen toch weg, dan kunnen ze naar de dorpen en boerderijen in de omgeving gaan om onderdak te zoeken en iets te eten, want dit is een eenzame streek."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen de dag ten einde liep, kwamen zijn discipelen en zeiden tegen Hem: “Zend de menigten weg, opdat zij naar de omliggende dorpen en gehuchten kunnen gaan om daar te overnachten en om voedsel voor zichzelf te vinden, want wij zijn hier in een afgelegen plaats.”
Dutch Frisian
Oba de Dach jintj too enj, en de Twalw tjeeme no am en säde too am: Loht daut Voltj gohne, omm daut see enne ommlidjende Darpa en oppe Häw Laund enenn gohne ne Städ finje omm doa too bliewe, en Speise finje; dan wie send hia aun eenem eensaumen Uat.
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Tijdens de late namiddag kwamen de Twaalf naar Hem toe. Ze zeiden: “Stuur de mensen toch weg, zodat ze naar de dorpen en gehuchten in de omgeving kunnen gaan om onderdak en eten te zoeken, want we zijn hier op een afgelegen plaats.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Tegen de avond kwamen de twaalf bij Hem staan en zeiden: ‘U moet de mensen nu toch laten gaan! Dan kunnen zij nog eten kopen en onderdak vinden in de dorpen en boerderijen in de omtrek. Want in deze verlaten streek is niets te krijgen.’
Dutch Reimer 2001
Oba daut wort jaejen Owent, en dee Twalw kjeeme no am en saede: "Schekj daut Follkj wajch daut see kjenne no dee Darpa en Foarms runt omm gone en ne Staed finje tom bliewe, en waut to aete, dan wie sent hia enne Wiltnes."
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En de dag begon te dalen; en de twaalven, tot Hem komende, zeiden tot Hem: Laat de schare van U, opdat zij, heengaande in de omliggende vlekken en in de dorpen, herberg nemen mogen, en spijze vinden; want wij zijn hier in een woeste plaats.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En de dag begon te dalen; en de twaalven, tot Hem komende, zeiden tot Hem: Laat de schare van U, opdat zij, heengaande in de omliggende vlekken en in de dorpen, herberg nemen mogen, en spijze vinden; want wij zijn hier in een woeste plaats.