Luke 9:3 — Compare Translations
13 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Hij zei tegen hen: "Neem niets mee voor onderweg. Geen staf, geen reistas, geen brood, geen geld en geen extra kleren.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En Hij zei tegen hen: Neem niets mee voor onderweg: geen staf, geen reiszak, geen brood, geen geld. Ook mag niemand van u twee stel onderkleren bij zich hebben.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
en Hij zeide tot hen: Neemt niets mede voor onderweg, geen staf of reiszak, geen brood of zilvergeld, en hebt ook niet twee hemden bij u.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Hij sprak tot hen: Neemt niets mee op weg; geen stok, geen reiszak, geen brood en geen geld; zelfs geen tweede onderkleed moogt gij hebben.
Dutch 2007 (HTB)
"Maar jullie mogen niets meenemen voor onderweg", zei Hij. "Geen wandelstok, geen tas, geen eten, geen geld, zelfs geen extra mantel.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Hij zei tegen hen: "Neem niets mee voor onderweg: geen staf, geen reistas, geen brood, geen geld, ook geen extra kleren.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Hij zei tegen hen: “Neem niets mee voor onderweg, geen staf of geldbuidel, geen brood of reiszak en neem ook niet twee onderklederen mee.
Dutch Frisian
En hee säd too ahn: Nämt nuscht met oppem Wajch, noch een Stock, nijch Tausch, nijch Broot, nijch Selwa, noch saul wäa twee Hamde langa Rock habe.
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Hij zei tegen hen: “Neem niets mee voor onderweg; geen wandelstok, geen reistas, geen brood, geen geld, zelfs geen extra kledij.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Maar jullie mogen niets meenemen voor onderweg,’ zei Hij. ‘Geen wandelstok, geen tas, geen eten, geen geld, zelfs geen extra mantel.
Dutch Reimer 2001
En saed to an: "Naemt nusscht met fa june reis, nich en Gonstock, nich ne Tausch, nich Broot oda Selwa, uk nich twee Waniks fa en jiedrem.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En Hij zeide tot hen: Neemt niets mede tot den weg, noch staven, noch male, noch brood, noch geld; noch iemand van u zal twee rokken hebben.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En Hij zeide tot hen: Neemt niets mede tot den weg, noch staven, noch male, noch brood, noch geld; noch iemand van u zal twee rokken hebben.