Malachi 1:4 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Edom zegt wel: 'Ons land is wel verwoest, maar we zullen de puinhopen weer opbouwen.' Maar Ik zeg: Wat zij opbouwen, zal Ik weer afbreken. Hun land zal 'Godverlaten' heten en hun volk zal 'Voor eeuwig vervloekt' genoemd worden.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Hoewel Edom zegt: Als wij verwoest worden, bouwen wij de puinhopen weer op, zegt de HEERE van de legermachten dit: Zullen zíj bouwen, dan zal Ík afbreken, en men zal hen noemen: Goddeloos gebied, en: Het volk waarop de HEERE tot in eeuwigheid toornig is.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Wanneer Edom zegt: Wij zijn verwoest, doch wij zullen de puinhopen weer opbouwen – zo zegt de HERE der heerscharen: Laten dezen bouwen, maar Ik zal afbreken; men zal het noemen: gebied der goddeloosheid, en: het volk waarop de HERE voor eeuwig toornt.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
En als Edom zegt: We zijn wel vernield, maar we bouwen onze puinen weer op; dan spreekt Jahweh der heirscharen: Zij mogen bouwen, maar Ik zal verwoesten; men zal ze noemen: goddeloos volk, waarop Jahweh voor immer vergramd blijft!
Dutch 2007 (HTB)
Als zijn nakomelingen zouden zeggen: 'Wij willen deze puinhopen weer opbouwen', dan zou Ik, de HERE van de hemelse legers, antwoorden: 'probeer het maar. Ik zal het werk weer vernietigen.' Want hun land heet 'Land van de wetteloosheid' en hun volk 'Volk dat nooit vergeving van de HERE zal ontvangen.'
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Edom zegt: 'We zijn wel verslagen, maar we zullen de puinhopen weer opbouwen.' Maar dit zegt de Heer*** van de hemellegers: Wat zij opbouwen, breek Ik weer af. Men zal hen 'Goddeloos land' noemen, en 'Volk waarop voor eeuwig de toorn van de Heer*** rust.'
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Al zegt Edom: ‘Wij zijn verwoest, maar wij zullen de puinhopen weer herbouwen!’, zo zegt de HEERE van de legermachten: Her bouwen zullen ze, maar Ik zal afbreken en men zal hen noemen: ‘Het grondgebied van de boze!’, en: ‘Het volk waarop de HEERE tot in eeuwigheid toornig is!’
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Als zijn nakomelingen zouden zeggen: “Wij willen deze puinhopen weer opbouwen,” dan zou Ik, de Here van de hemelse legers, antwoorden: “Probeer het maar. Ik zal het werk weer vernietigen.” Want hun land heet “Land van de wetteloosheid” en hun volk “Volk waarop de Here voor altijd toornig is.”
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Ofschoon Edom zeide: Wij zijn verarmd, doch wij zullen de woeste plaatsen weder bouwen; alzo zegt de HEERE der heirscharen: Zullen zij bouwen, zo zal Ik afbreken; en men zal hen noemen: Landpale der goddeloosheid, en een volk, op hetwelk de HEERE vergramd is tot in eeuwigheid.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Ofschoon Edom zeide: Wij zijn verarmd, doch wij zullen de woeste plaatsen weder bouwen; alzo zegt de HEERE der heirscharen: Zullen zij bouwen, zo zal Ik afbreken; en men zal hen noemen: Landpale der goddeloosheid, en een volk, op hetwelk de HEERE vergramd is tot in eeuwigheid.