Mark 14:48 — Compare Translations

13 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Jezus zei: "Jullie doen alsof jullie een moordenaar moeten vangen, met die zwaarden en die knuppels.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En Jezus antwoordde en zei tegen hen: Bent u er met zwaarden en stokken opuit gegaan, als tegen een misdadiger, om Mij gevangen te nemen?
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Als tegen een rover zijt gij uitgetrokken met zwaarden en stokken, om Mij gevangen te nemen?
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Nu nam Jesus het woord, en sprak tot hen: Gij zijt uitgetrokken als tegen een rover, met zwaarden en stokken, om Mij gevangen te nemen.
Dutch 2007 (HTB)
Jezus zei: "U doet net of u een rover komt arresteren! Waar zijn anders die zwaarden en knuppels voor nodig?
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Jezus zei tegen hen: "Zijn jullie er met zwaarden en knuppels op uit getrokken om Mij gevangen te nemen, alsof Ik een rover ben?
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Jezus antwoordde en zei tegen hen: “Zijn jullie met zwaarden en stokken tegen Mij uitgetrokken, als tegen een rover, om Mij gevangen te nemen?
Dutch Frisian
En Jesus fong aun en säd too ahn: Send jie ütjegohne aus jäajen eenen Reiba, met Schweata en Tjneppels, omm mie faust too näme?
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Jezus zei tegen de mensen: “Zijn jullie Mij hier als een misdadiger met zwaarden en knuppels komen arresteren?
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Jezus zei: ‘U doet net of u een misdadiger komt arresteren! Waar zijn anders die zwaarden en knuppels voor nodig?
Dutch Reimer 2001
Jesus auntwuad en saed to an: "Sent jie no mie jekome met Schweate en Kjneppels soo aus jaeajen en Reiba mie faust to naeme?
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zijt gij uitgegaan, met zwaarden en stokken, als tegen een moordenaar, om Mij te vangen?
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zijt gij uitgegaan, met zwaarden en stokken, als tegen een moordenaar, om Mij te vangen?