Mark 6:24 — Compare Translations
13 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Ze ging naar haar moeder en vroeg: "Wat zal ik vragen?" Haar moeder zei: "Vraag hem om het hoofd van Johannes de Doper."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En zij ging weg en zei tegen haar moeder: Wat zal ik vragen? En die zei: Het hoofd van Johannes de Doper.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En zij ging heen en zeide tot haar moeder: Wat zal ik vragen? En deze zeide: Het hoofd van Johannes de Doper.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Ze ging heen. en zei tot haar moeder: Wat zal ik vragen? Deze sprak: Het hoofd van Johannes den Doper.
Dutch 2007 (HTB)
Zij ging naar buiten en vroeg aan haar moeder: "Wat moet ik vragen?" Haar moeder zei: "Vraag hem om het hoofd van Johannes de Doper."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Ze ging naar haar moeder en vroeg: "Waar zal ik om vragen?" Haar moeder zei: "Om het hoofd van Johannes de Doper."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Zij verliet de feestzaal en zei tegen haar moeder: “Wat zal ik hem vragen?” Zij zei tegen haar: “Het hoofd van Johannes de Doper.”
Dutch Frisian
Oba see jintj rüt en säd too äare Mutta: Waut saul etj bedde? Oba see säd: Omm Jehaun, däm Taufa, sien Haupt Kopp.
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Ze ging de zaal uit en zei tegen haar moeder: “Wat zal ik vragen?” Zij antwoordde: “Het hoofd van Johannes de Doper.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Zij ging naar buiten en vroeg aan haar moeder: ‘Wat moet ik vragen?’ Haar moeder zei: ‘Vraag hem om het hoofd van Johannes de Doper.’
Dutch Reimer 2001
See jinkj rut en fruach aeare Mutta: "No waut saul ekj froage?" See saed: "Jehaun dee Taufa sien Kopp."
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En zij, uitgegaan zijnde, zeide tot haar moeder: Wat zal ik eisen? En die zeide: Het hoofd van Johannes den Doper.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En zij, uitgegaan zijnde, zeide tot haar moeder: Wat zal ik eisen? En die zeide: Het hoofd van Johannes den Doper.