Mark 6:26 — Compare Translations

13 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De koning werd erg bedroefd, maar toch wilde hij geen nee zeggen. Want hij had het gezworen en hij wilde niet afgaan voor zijn gasten.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En de koning werd zeer bedroefd, maar wilde haar omwille van de eden en omwille van hen die mee aanlagen, niet afwijzen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En ofschoon de koning zeer bedroefd werd, wilde hij het haar om zijn eden en om hen, die aanlagen, niet weigeren.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Wel had de koning er spijt van, maar om de eed en om de gasten wilde hij haar niet teleurstellen.
Dutch 2007 (HTB)
Dat vond Herodes verschrikkelijk, maar hij durfde niet te weigeren, omdat zijn gasten hadden gehoord wat hij het meisje had beloofd.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Daar werd de koning erg bedroefd over, maar vanwege de eden die hij gezworen had en vanwege zijn gasten wilde hij het haar niet weigeren.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
De koning werd zeer bedroefd, maar wilde haar niet afwijzen om de eed en om de gasten die aanlagen,
Dutch Frisian
En de Tjeenijch wea sea betriebt; doch wäajen däm Eid en wäajen dee, dee met am aum Desch lage saute, wull hee äa nijch aufsaje.
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
De koning was zwaar aangeslagen, maar omwille van wat hij had gezworen in het bijzijn van zijn gasten wilde hij het haar niet weigeren.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Dat vond Herodes verschrikkelijk, maar hij durfde niet te weigeren, omdat zijn gasten hadden gehoord wat hij het meisje had beloofd.
Dutch Reimer 2001
Dee Kjeenich wea seeha betriebt doaraewa, oba waeajen daut Schwua, en daen dee bie am saute, wull hee aea daut nich aufsaje.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En de koning, zeer bedroefd geworden zijnde, nochtans om de eden, en degenen, die mede aanzaten, wilde hij haar hetzelve niet afslaan.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En de koning, zeer bedroefd geworden zijnde, nochtans om de eden, en degenen, die mede aanzaten, wilde hij haar hetzelve niet afslaan.