Mark 6:50 — Compare Translations

13 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Ze zagen Hem allemaal en ze waren doodsbang. Maar Hij zei tegen hen: "Rustig maar! IK BEN het, wees maar niet bang."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
want allen zagen Hem en raakten in verwarring; en meteen sprak Hij met hen en zei tegen hen: Heb goede moed, Ik ben het; wees niet bevreesd.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Want allen zagen zij Hem en werden verbijsterd. Maar terstond sprak Hij met hen en zeide tot hen: Houdt moed, Ik ben het, weest niet bevreesd!
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
want allen zagen Hem, en waren ontsteld. Aanstonds sprak Hij hen toe, en zeide hun: Weest gerust, Ik ben het; vreest niet!
Dutch 2007 (HTB)
Jezus kalmeerde hen meteen. "Ik ben het", zei Hij, "wees maar niet bang."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Ze zagen Hem allemaal en raakten in paniek. Onmiddellijk zei Hij tegen hen: "Rustig maar! IK BEN het, wees maar niet bang."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
want zij allen zagen Hem en waren vreselijk bang. Onmiddellijk sprak Hij met hen en zei tegen hen: “Houd moed, IK BEN het, vrees niet!”
Dutch Frisian
dan aule sache am en änjste sich. Oba hee räd fuats met ahn en säd too ahn: Siet goots Moots Mootijch, etj sie et; änjst jünt nijch!
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Iedereen zag Hem allemaal en waren doodsbang. Meteen sprak Hij hen toe: “Wees gerust, Ik ben het. Wees niet bang.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Jezus kalmeerde hen meteen. ‘Ik ben het,’ zei Hij, ‘wees maar niet bang.’
Dutch Reimer 2001
dan aule sage am, en enjste sikj. Oba hee raed fuats met an, en saed: "Siet jetroost! dit sie ekj, enjst junt nich!"
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Want zij zagen Hem allen, en werden ontroerd; en terstond sprak Hij met hen, en zeide tot hen: Zijt welgemoed, Ik ben het; vreest niet.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Want zij zagen Hem allen, en werden ontroerd; en terstond sprak Hij met hen, en zeide tot hen: Zijt welgemoed, Ik ben het; vreest niet.