Matthew 15:32 — Compare Translations

13 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen riep Jezus zijn leerlingen bij Zich. Hij zei: "Ik heb medelijden met die mensen. Ze zijn nu al drie dagen bij Mij en hebben niets meer te eten. Ik wil hen niet zonder eten wegsturen. Want ze zouden onderweg wel eens van de honger in elkaar kunnen zakken."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En Jezus riep Zijn discipelen bij Zich en zei: Ik ben innerlijk met ontferming bewogen over de menigte, omdat zij al drie dagen bij Mij gebleven zijn, en zij hebben niets wat zij kunnen eten; Ik wil hen niet nuchter wegsturen, opdat zij onderweg niet bezwijken.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Maar Jezus riep zijn discipelen tot Zich en zeide: Ik heb medelijden met de schare, want zij zijn nu reeds drie dagen bij Mij gebleven en hebben niets te eten. En zonder voedsel wegzenden wil Ik hen niet, zij mochten eens onderweg bezwijken.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Nu riep Jesus zijn leerlingen bijeen, en sprak: Ik heb medelijden met de schare; want reeds drie dagen zijn ze bij Mij, en ze hebben niets te eten. Ik wil ze dus niet ongespijsd laten gaan, opdat ze onderweg niet bezwijken.
Dutch 2007 (HTB)
Jezus riep Zijn discipelen bij Zich en zei tegen hen: "Ik heb met deze mensen te doen. Ze zijn nu al drie dagen bij Mij en hebben niets te eten. Ik wil ze niet zonder eten naar huis laten gaan. Anders zullen ze onderweg nog naar worden van de honger."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Jezus riep zijn leerlingen bij Zich en zei: "Ik heb medelijden met de menigte, want ze zijn nu al drie dagen bij Mij en hebben niets te eten. Maar Ik wil hen niet met een lege maag wegsturen, want ze zouden onderweg nog bezwijken."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Jezus riep zijn discipelen en zei tegen hen: “Ik heb medelijden met deze menigte, want zie, zij zijn al drie dagen bij Mij gebleven en zij hebben niets te eten. Ik wil hen niet met een lege maag wegsturen, opdat zij onderweg niet bezwijken.”
Dutch Frisian
Aus Jesus oba siene Jinja no sich jeroopt haud, säd hee: Etj sie ennalijch bewäajcht äwa aul dit Voltj; dan aul dree Doag send dee hia bie mie en ha nuscht too äte; en etj well ahn nijch wajch schetje, ohne daut dee jejäte ha, daut dee nijch oppem Wajch veschmachte.
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Jezus riep zijn leerlingen bij zich en zei: “Ik heb medelijden met al die mensen, want ze zijn al drie dagen bij Me en nu hebben ze niets te eten. Ik wil hen niet met een lege maag wegsturen, want dan zullen ze onderweg bezwijken.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Jezus riep zijn leerlingen bij Zich en zei tegen hen: ‘Ik heb met deze mensen te doen. Ze zijn nu al drie dagen bij Mij en hebben niets te eten. Ik wil ze niet zonder eten naar huis laten gaan. Anders zullen ze onderweg nog flauwvallen van de honger.’
Dutch Reimer 2001
En Jesus roopt siene Jinja en saed to an: "Mie jaumat daut seehe aewa aul dit Follkj, dan dee sent hia nu aul dree Doag enne Wiltnes, en ha nich waut to aete, en ekj wel an nich oone aete wajch schekje, daut dee nich oppem Wajch feschmachte."
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En Jezus, Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide: Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare, omdat zij nu drie dagen bij Mij gebleven zijn, en hebben niet wat zij eten zouden; en Ik wil hen niet nuchteren van Mij laten, opdat zij op den weg niet bezwijken.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En Jezus, Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide: Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare, omdat zij nu drie dagen bij Mij gebleven zijn, en hebben niet wat zij eten zouden; en Ik wil hen niet nuchteren van Mij laten, opdat zij op den weg niet bezwijken.