Matthew 16:22 — Compare Translations

13 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen nam Petrus Hem apart. Hij begon Hem streng tegen te spreken. Hij zei: "Heer, God zal ervoor zorgen dat dat niet zal gebeuren!"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En Petrus nam Hem apart en begon Hem te bestraffen; hij zei: God zij U genadig, Heere, dit zal beslist niet met U gebeuren!
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En Petrus nam Hem terzijde en begon Hem te bestraffen, zeggende: Dat verhoede God, Here, dat zal U geenszins overkomen!
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Petrus trok Hem ter zijde, en begon Hem tegen te spreken: Dat nooit, Heer; zo iets zal U niet overkomen.
Dutch 2007 (HTB)
Petrus nam Hem apart om Hem terecht te wijzen. "Dat mag niet, Here", zei hij. "God zal ervoor zorgen dat U zoiets niet overkomt."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Daarop nam Petrus Hem apart en begon Hem terecht te wijzen: "Heer, laat God dat voorkomen! Dat mag niet gebeuren!"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Maar Petrus nam Hem apart en begon Hem te bestraffen en zei: “Mijn Heer, dat nooit! Dit zal U niet overkomen!”
Dutch Frisian
En Peeta nehm am auntsied en fong aun, am hoat aun too räde, en säd: Gott bewoa die, Harr! Daut saul die nijch passeare.
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Petrus nam Hem apart en begon Hem te berispen door te zeggen: “Dat nooit, Heer! Dat mag U in geen geval overkomen!”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Petrus nam Hem apart om Hem terecht te wijzen. ‘Dat mag niet, Here,’ zei hij. ‘God zal ervoor zorgen dat U zoiets niet overkomt.’
Dutch Reimer 2001
Donn neem Peeta am auntsied, en beschwicht am en saed: "Mucht Gott die halpe, Herr! soont saul die nich paseare!"
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En Petrus, Hem tot zich genomen hebbende, begon Hem te bestraffen, zeggende: Heere, wees U genadig! dit zal U geenszins geschieden.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En Petrus, Hem tot zich genomen hebbende, begon Hem te bestraffen, zeggende: Heere, wees U genadig! dit zal U geenszins geschieden.