Matthew 20:22 — Compare Translations
13 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Jezus antwoordde: "Jullie weten niet wat jullie vragen. Kunnen jullie doen wat Ik moet doen? Kunnen jullie doormaken wat Ik moet doormaken?" Ze zeiden tegen Hem: "Dat kunnen we."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Maar Jezus antwoordde en zei: U weet niet wat u vraagt; kunt u de drinkbeker drinken die Ik drinken zal, en met de doop gedoopt worden waarmee Ik gedoopt word? Zij zeiden tegen Hem: Dat kunnen wij.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En Jezus antwoordde en zeide: Gij weet niet wat gij vraagt. Kunt gij de beker drinken, die Ik zal drinken? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen het.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar Jesus antwoordde: Gij weet niet, wat gij vraagt. Kunt gij de kelk drinken, die Ik drinken zal? Ze zeiden: Dat kunnen we.
Dutch 2007 (HTB)
Jezus zei: "U weet niet wat u vraagt." Hij keek Jakobus en Johannes aan en vroeg hun: "Kunnen jullie uit de beker drinken waaruit Ik zal drinken?" "Ja", antwoordden zij.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Maar Jezus antwoordde: "Jullie weten niet wat jullie vragen. Kunnen jullie de beker drinken die Ik moet drinken, en gedoopt worden met de doop waarmee Ik gedoopt ga worden?" Ze zeiden Hem: "Dat kunnen wij."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Jezus antwoordde en zei: “Jullie weten niet wat jullie vragen. Kunnen jullie de beker drinken, die Ik zal drinken, kunnen jullie gedoopt worden met de doop waarmee Ik gedoopt zal worden?” Zij zeiden tegen Hem: “Dat kunnen wij!”
Dutch Frisian
Jesus oba auntwuad en säd: Jie weete nijch, omm waut jie bedde. Tje jie dän Drunk Tjeljch drintje, däm etj drintje woa? See säde too am: Wie tjenne daut.
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Jezus antwoordde: “Jullie weten niet wat jullie vragen. Kunnen jullie dezelfde beker leegdrinken als Ik?” Ze zeiden: “Dat kunnen we.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Jezus zei: ‘U weet niet wat u vraagt.’ Hij keek Jakobus en Johannes aan en vroeg hun: ‘Kunnen jullie uit de beker drinken waaruit Ik zal drinken?’ ‘Ja,’ antwoordden zij.
Dutch Reimer 2001
Jesus auntwuad aea en saed: "Jie weete nich no waut jie froage. Kje jie daut drinkje waut ekj bottem drinkje sie?" See saede to am: "Wie kjenne."
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Maar Jezus antwoordde en zeide: Gijlieden weet niet wat gij begeert; kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drinken zal, en met den doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt worde? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Maar Jezus antwoordde en zeide: Gijlieden weet niet wat gij begeert; kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drinken zal, en met den doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt worde? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen.