Matthew 22:21 — Compare Translations

13 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Ze zeiden: "Van de keizer." Toen zei Hij tegen hen: "Geef dan aan de keizer waar de keizer recht op heeft. En geef aan God waar God recht op heeft."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Zij zeiden tegen Hem: Van de keizer. Toen zei Hij tegen hen: Geef dan aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Zij zeiden: Van de keizer. Toen zeide Hij tot hen: Geeft dan de keizer wat des keizers is, en Gode wat Gods is.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Ze zeiden: Van den keizer. Hij sprak tot hen: Geeft dan den keizer, wat den keizer toekomt; en geeft aan God, wat God toekomt.
Dutch 2007 (HTB)
"Van de keizer", antwoordden zij. "Wel", zei Hij, "geef dan aan de keizer wat van de keizer is en aan God wat van God is."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Ze antwoordden: "Van de keizer." En Hij zei tegen hen: "Geef dan aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Zij zeiden tegen Hem: “Van de keizer!” Toen zei Hij tegen hen: “Geef dan aan de keizer wat van de keizer is en aan GOD wat van GOD is.”
Dutch Frisian
See säde too am: Däm Tjeisa sient. Donn säd hee too ahn: Jäft däm Tjeisa, waut däm Tjeisa sient es, en Gott, waut Gott sient es.
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Ze antwoordden: “Van de keizer.” Jezus zei tegen hen: “Geef dan aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Van de keizer,’ antwoordden zij. ‘Wel,’ zei Hij, ‘geef dan aan de keizer wat van de keizer is en aan God wat van God is.’
Dutch Reimer 2001
See saede: "Daem Kjeisa sient." Donn saed hee to an: "Dan jaeft daem Kjeisa waut daem Kjeisa sient es, en Gott waut Gott sient es."
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Zij zeiden tot Hem: Des keizers. Toen zeide Hij tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Zij zeiden tot Hem: Des keizers. Toen zeide Hij tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is.