Nehemiah 11:12 — Compare Translations

9 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Verder 822 priesters die in de tempel werkten. Verder Adaja, de zoon van Jeroham, die een zoon was van Pelalja, die een zoon was van Amzi, die een zoon was van Zacharia, die een zoon was van Pashur, die een zoon was van Malchia.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En hun broeders die het werk in het huis verrichtten: achthonderdtweeëntwintig. Adaja, de zoon van Jeroham, de zoon van Pelalja, de zoon van Amzi, de zoon van Zacharja, de zoon van Pashur, de zoon van Malchia.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En hun broeders, die de dienst in de tempel deden: achthonderd tweeëntwintig. Voorts Adaja, de zoon van Jerocham, de zoon van Pelalja, de zoon van Amsi, de zoon van Zekarja, de zoon van Paschur, de zoon van Malkia;
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
met hun broeders, die dienst in de tempel verrichtten, telden zij achthonderd twee en twintig man. Vervolgens Adaja, de zoon van Jerocham, zoon van Pelalja, zoon van Amsi, zoon van Zekarja, zoon van Pasjchoer, zoon van Malki-ja,
Dutch 2007 (HTB)
Maar alle tempelhorigen woonden op de heuvel Ofel in Jeruzalem (hun leiders heetten Ziha en Gispa).
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Uit zijn geslacht nog 822 andere priesters, die dienstdeden in het huis van God. Adaja, de zoon van Jeroham, de zoon van Pelalja, de zoon van Amzi, de zoon van Zacharia, de zoon van Pashur, de zoon van Malchia.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Hun broeders, die het werk in het Huis deden: achthonderdtweeëntwintig man. Verder Adaja, de zoon van Jeroham, de zoon van Pelalja, de zoon van Amzi, de zoon van Zacharia, de zoon van Pashur, de zoon van Malchia,
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En hun broederen, die het werk in het huis deden, waren achthonderd twee en twintig. En Adája, de zoon van Jeróham, den zoon van Pelálja, den zoon van Amzi, den zoon van Zachárja, den zoon van Pashur, den zoon van Malchía;
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En hun broederen, die het werk in het huis deden, waren achthonderd twee en twintig. En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pelalja, den zoon van Amzi, den zoon van Zacharja, den zoon van Pashur, den zoon van Malchia;