Numbers 14:31 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Maar jullie kinderen, van wie jullie hebben gezegd dat ze gevangen genomen zouden worden, die zal Ik er brengen. Zij zullen wonen in het land dat jullie niet wilden hebben.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Uw kleine kinderen, van wie u zei: Zij zullen tot prooi worden van de vijand! hen zal Ik erin brengen; zij zullen dat land, dat u verworpen hebt, leren kennen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En uw kinderen, van welke gij gezegd hebt: Die zullen tot een buit zijn – hen zal Ik er brengen, opdat zij het land leren kennen, dat gij veracht hebt.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar uw kinderen, die gij al tot een prooi hebt verklaard, zal Ik er binnenleiden, en zij zullen het land waarderen, dat gij hebt versmaad.
Dutch 2007 (HTB)
U zei dat uw kinderen slaven zouden worden van de inwoners van het land. Welnu, in plaats daarvan zal Ik hen veilig het land binnenbrengen en zij zullen erven wat u te min was.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
En jullie kinderen, van wie jullie hebben gezegd dat ze buitgemaakt zouden worden, die zal Ik er brengen. Zij zullen het land leren kennen dat jullie minachtend hebben afgewezen.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Jullie kinderen, waarvan jullie zeiden: ‘Zij zullen buitgemaakt worden!’, zal Ik er binnenleiden en zij zullen het land leren kennen, dat jullie zo smadelijk verworpen hebben.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
U zei dat uw kinderen slaven zouden worden van de inwoners van het land. Welnu, in plaats daarvan zal Ik hen veilig het land binnenbrengen en zij zullen erven wat u te min was.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En uw kinderkens, waarvan gij zeidet: Zij zullen ten roof worden! die zal Ik daarin brengen, en die zullen bekennen dat land, hetwelk gij smadelijk verworpen hebt.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En uw kinderkens, waarvan gij zeidet: Zij zullen ten roof worden! die zal Ik daarin brengen, en die zullen bekennen dat land, hetwelk gij smadelijk verworpen hebt.