Numbers 20:10 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Mozes en Aäron lieten het volk bij de rots bij elkaar komen en zeiden: "Let op, mopperaars! Dan zullen wij voor jullie water uit deze rots laten komen!"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En Mozes en Aäron riepen de gemeente voor de rots bijeen, en hij zei tegen hen: Luister toch, ongehoorzamen, zullen wij voor u uit deze rots water voortbrengen?
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen Mozes en Aäron de gemeente vóór de rots hadden doen samenkomen, zeide hij tot hen: Hoort toch, wederspannigen, zullen wij uit deze rots voor u water te voorschijn doen komen?
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
riep met Aäron de gemeente bijeen voor de rots en sprak tot haar: Luistert, rebellen! Kunnen wij wel uit deze rots voor u water doen vloeien!
Dutch 2007 (HTB)
Toen riepen Mozes en Aäron het volk bijeen bij de rots en Mozes zei tegen de menigte: "Luister, opstandelingen! Moeten wij voor jullie water uit deze rots laten komen?"
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Mozes en Aäron riepen het volk bijeen bij de rots en Mozes zei: "Luister, opstandig volk, zullen wij voor jullie water uit deze rots laten komen?"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
en Mozes en Aäron lieten de volks vergadering voor de rots samenkomen. Hij zei tegen hen: “Luister toch, opstandigen, moeten wij dan voor jullie water uit deze rots laten komen?”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Toen riepen Mozes en Aäron het volk bijeen bij de rots en Mozes zei tegen de menigte: ‘Luister, opstandelingen! Moeten wij voor jullie water uit deze rots laten komen?’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En Mozes en Aäron vergaderden de gemeente voor de steenrots, en hij zeide tot hen: Hoort toch, gij wederspannigen, zullen wij water voor ulieden uit deze steenrots hervoorbrengen?
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En Mozes en Aaron vergaderden de gemeente voor de steenrots, en hij zeide tot hen: Hoort toch, gij wederspannigen, zullen wij water voor ulieden uit deze steenrots hervoorbrengen?