Proverbs 30:9 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Want als ik veel heb, zou ik misschien gaan denken dat ik U niet nodig heb. Ik zou misschien gaan zeggen: "De Heer, wie is dat?" En als ik arm zou zijn, zou ik misschien gaan stelen. Dan zou ik mijn God te schande maken.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Anders zou ik, verzadigd, U verloochenen en zeggen: Wie is de HEERE? of anders zou ik, arm geworden, stelen, en de Naam van mijn God aantasten.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
opdat ik, verzadigd zijnde, U niet verloochene en zegge: Wie is de HERE? noch ook, verarmd zijnde, stele en mij aan de naam van mijn God vergrijpe.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Opdat ik U in mijn overvloed niet verloochene En zeggen durf: "Wie is Jahweh!" Of in mijn armoede niet tot stelen kom, En mij vergrijp aan de Naam van mijn God.
Dutch 2007 (HTB)
Want als ik verzadigd zou zijn, zou ik U misschien verloochenen door te zeggen: "Wie is de HERE?" En als ik arm was, zou ik misschien gaan stelen en daardoor Uw naam oneer aandoen.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Want als ik overvloed had, zou ik U misschien verloochenen en zeggen: "De Heer***, wie is dat?" En als ik arm werd, zou ik misschien gaan stelen en de naam van mijn God schade doen.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
anders zou ik, als ik verzadigd was, U verloochenen en zeggen ‘Wie is de HEERE?’, of anders, zou ik, als ik arm was, gaan stelen, en de Naam van mijn GOD geweld aandoen.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Want als ik verzadigd zou zijn, zou ik U misschien verloochenen door te zeggen: ‘Wie is de Here?’ En als ik arm was, zou ik misschien gaan stelen en daardoor uw naam oneer aandoen.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Opdat ik, zat zijnde, U dan niet verloochene, en zegge: Wie is de HEERE? of dat ik, verarmd zijnde, dan niet stele, en den Naam mijns Gods aantaste.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Opdat ik, zat zijnde, U dan niet verloochene, en zegge: Wie is de HEERE? of dat ik, verarmd zijnde, dan niet stele, en den Naam mijns Gods aantaste.