Psalms 14:1 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Een lied van David. Voor de leider van het koor. De dwaze mensen denken: "Er is geen God." Ze plegen afschuwelijke en walgelijke misdaden. Er is niemand die iets goeds doet.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Een psalm van David, voor de koorleider. De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God. Zij handelen verderfelijk, bedrijven gruwelijke daden; er is niemand die goeddoet.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Voor de koorleider. Van David. De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God. Zij bedrijven gruwelijke en afschuwelijke misdaden, niemand is er, die goed doet.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Een psalm van David. Jahweh, wie mag uw gast zijn in uw tent, Wie wonen op uw heilige berg?
Dutch 2007 (HTB)
Een psalm van David voor de koordirigent. Een dwaas zegt bij zichzelf: "Er bestaat helemaal geen God." De mensen begaan de ergste misdaden. Niemand doet wat goed is.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Van David. Voor de koorleider. De dwaas zegt in zijn hart: "Er is geen God." Ze zijn geheel verdorven, ze doen gruwelijke dingen. Er is niemand die goeddoet.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Voor de koorleider. Een psalm van David. De dwaas zegt in zijn hart: “Er is geen GOD!” Zij handelen verderfelijk, zij doen gruwelijke dingen, er is niemand die goed doet.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Een psalm van David voor de koordirigent. Een dwaas zegt bij zichzelf: ‘Er bestaat helemaal geen God.’ De mensen begaan de ergste misdaden. Niemand doet wat goed is.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Een psalm van David, voor den opperzangmeester. De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God. Zij verderven het, zij maken het gruwelijk met hun werk; er is niemand, die goed doet.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Een psalm van David, voor den opperzangmeester. De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God. Zij verderven het, zij maken het gruwelijk met hun werk; er is niemand, die goed doet.