Revelation 9:4 — Compare Translations
13 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
En er werd tegen hen gezegd, dat ze niet mochten eten van het gras, de struiken en de bomen. Ze mochten alleen de mensen kwaad doen die niet het stempel van God op hun voorhoofd hadden.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En tegen hen werd gezegd dat ze geen schade mochten toebrengen aan het gras van de aarde, of welke groene plant of welke boom dan ook, maar alleen aan de mensen die het zegel van God niet op hun voorhoofd hadden.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En hun werd gezegd, dat zij aan het gras der aarde geen schade zouden toebrengen, noch aan enig gewas, noch aan enige boom, maar alleen aan de mensen, die het zegel van God niet op hun voorhoofden hadden.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar er werd hun gezegd, dat ze het gras der aarde niet mochten beschadigen, geen groen en geen boom, doch enkel de mensen, die op het voorhoofd niet dragen het zegel van God.
Dutch 2007 (HTB)
Er werd hun gezegd dat zij het gras, de bomen en de andere planten met rust moesten laten. Het enige wat zij moesten doen, was de mensen te steken die het zegel van God niet op hun voorhoofd hadden.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Er werd hun opgedragen geen schade toe te brengen aan het gewas van de aarde, aan geen enkele plant of boom, maar alleen aan de mensen die het zegel van God niet op hun voorhoofd hadden.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Hun werd gezegd, dat zij geen schade mochten toebrengen aan het gras van de aarde, ook niet aan enig groen gewas, zelfs niet aan de bomen, maar alleen aan de mensen die het zegel van GOD niet op hun voorhoofd hadden.
Dutch Frisian
En daut word ahn jesajcht, daut see nijch beschädje sulle daut Grauss oppe Ead, noch jiedret Jreens, noch jiedren Boom, sonda de Mensche, dee nijch daut Säajel Gottes aun äaren Stearn ha.
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Ze kregen de opdracht geen schade toe te brengen aan de planten op de aarde en ook niet aan struiken of bomen, enkel aan de mensen die niet Gods zegel op hun voorhoofd hadden.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Er werd hun gezegd dat zij het gras, de bomen en de andere planten met rust moesten laten. Het enige wat zij moesten doen, was: de mensen steken die het zegel van God niet op hun voorhoofd hadden.
Dutch Reimer 2001
An wort jesajcht daut see daut Graus oppe Ead, en aulet jreenet, en dee Beem nich schode doone sulle, bloos dee Mensche dee nich Gott sien Saeajel aum Stearn habe.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En hun werd gezegd, dat zij het gras der aarde niet zouden beschadigen, noch enige groente, noch enigen boom, dan de mensen alleen, die het zegel Gods aan hun voorhoofden niet hebben.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En hun werd gezegd, dat zij het gras der aarde niet zouden beschadigen, noch enige groente, noch enigen boom, dan de mensen alleen, die het zegel Gods aan hun voorhoofden niet hebben.