Titus 2:9 — Compare Translations
13 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Zeg tegen de slaven dat ze hun meesters in alles moeten gehoorzamen. Ze moeten hen trouw dienen, zonder tegenspreken.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Vermaan de slaven dat zij hun eigen meester onderdanig zijn en dat zij hun in alles welbehaaglijk zijn, zonder tegen te spreken,
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
De slaven moeten hun meesters onderdanig zijn in alles, het hun naar de zin maken zonder tegenspraak,
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
De slaven moeten hun meesters onderdanig zijn en voorkómend in alles; ze moeten niet tegenspreken,
Dutch 2007 (HTB)
Zeg tegen de slaven dat zij hun eigenaars moeten gehoorzamen, zodat die tevreden over hen kunnen zijn. Zij mogen geen grote mond tegen hen opzetten.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Draag de slaven op zich te schikken onder het gezag van hun meesters en hen zonder tegenspreken in alles te dienen.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Dienaren moeten in alle opzichten onderdanig zijn aan hun heren, hen behagen en niet opstandig zijn.
Dutch Frisian
Vemohn de Sklowe, äare eajne Harren enn aulem sich unjaordne, wooljefaulent too senne, nijch doa jäajen rede,
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Slaven moeten het gezag van hun meester erkennen, door hem in alle opzichten tevreden te stellen zonder tegen te spreken,
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Zeg tegen de slaven dat zij hun eigenaars moeten gehoorzamen, zodat die tevreden over hen kunnen zijn. Zij mogen geen grote mond tegen hen opzetten.
Dutch Reimer 2001
Femon dee Sklowe daut see aeare eajne Meista enn aules unjadon sent, an tom Jefaule laewe, nich jaeajenaun.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Vermaan den dienstknechten, dat zij hun eigen heren onderdanig zijn, dat zij in alles welbehagelijk zijn, niet tegensprekende;
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Vermaan den dienstknechten, dat zij hun eigen heren onderdanig zijn, dat zij in alles welbehagelijk zijn, niet tegensprekende;