1 Chronicles 4:10 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Jabes bad tot de God van Israël: "Wilt U alstublieft goed voor mij zijn en mijn gebied steeds groter maken. Wilt U met mij zijn en mij beschermen tegen het kwaad, zodat ik geen verdriet zal hebben!" En God gaf hem wat hij had gevraagd.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Jabez riep de God van Israël aan: Als U mij rijk zegent en mijn gebied uitbreidt, Uw hand met mij is en U het kwaad van mij wegdoet, zodat het mij geen smart brengt … En God liet komen wat hij gevraagd had.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Jabes nu riep de God van Israël aan met de woorden: Wil mij toch overvloedig zegenen en mijn gebied vergroten; laat uw hand met mij zijn; weer van mij het kwade, zodat mij geen smart treft! En God schonk wat hij had gevraagd.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Jabes bad tot den God van Israël: Als Gij mij werkelijk wilt zegenen en mijn gebied uitbreiden, moet uw hand met mij zijn, en moet Gij het volvoeren zonder rampen, zonder mij leed te doen. En God verhoorde zijn gebed.
Dutch 2007 (HTB)
Hij was degene, die de God van Israël vroeg: "Och, zegent U mij alstublieft! Help mij met wat ik doe, opdat mijn bezittingen worden uitgebreid. Bewaar mij voor het kwaad en alle onheil." En God voldeed aan dat verzoek.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Jabes riep de God van Israël aan: "Wilt U mij alstublieft overvloedig zegenen, mijn grondgebied groter maken, met mij zijn en mij beschermen tegen het kwaad, zodat ik geen verdriet zal hebben?" En God gaf hem waar hij om gevraagd had.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Jabez riep de GOD van Israël aan en zei: “Als U mij rijk zegent en mijn grondgebied uitbreidt en uw hand met mij zal zijn en het kwaad van mij wegdoet, zodat mij geen smart overkomt …!” En GOD deed hem toekomen, wat hij gevraagd had.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Hij was degene die de God van Israël vroeg: ‘Och, zegent U mij alstublieft! Help mij met wat ik doe, opdat mijn bezittingen worden uitgebreid. Bewaar mij voor het kwaad en alle onheil.’ En God voldeed aan dat verzoek.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Want Jabez riep den God Israëls aan, zeggende: Indien Gij mij rijkelijk zegenen, en mijn landpale vermeerderen zult, en Uw hand met mij zijn zal, en met het kwade alzo maakt, dat het mij niet smarte! En God liet komen, wat hij begeerde.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Want Jabez riep den God Israels aan, zeggende: Indien Gij mij rijkelijk zegenen, en mijn landpale vermeerderen zult, en Uw hand met mij zijn zal, en met het kwade alzo maakt, dat het mij niet smarte! En God liet komen, wat hij begeerde.