bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
1 Chronicles 15
1 Chronicles 15
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 14
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 16 →
1
David bouwde in Jeruzalem enkele paleizen voor zichzelf en zocht ook een geschikte plaats uit voor de ark van God. Hij zette een nieuwe tent op om de ark daarin te plaatsen.
2
Hij gaf daarbij de volgende bevelen: "Wanneer wij de ark overbrengen naar deze nieuwe tent (A) mogen alleen de Levieten die dragen, want God heeft hen voor dit doel uitgekozen; zij moeten Hem voor altijd dienen."
3
Daarna riep David heel Israël op naar Jeruzalem te komen om de aankomst van de ark op de plaats van bestemming te vieren.
4
Dit waren de priesters en Levieten die bij die gebeurtenis aanwezig waren: 120 leden van de Kehath-familie, onder leiding van Uriël; 220 leden van de Merari-familie, onder leiding van Asaja; 130 leden van de Gersom-familie, met Joël als hun leider; 200 leden van de familie van Elizafan, onder leiding van Semaja; tachtig leden van de familie van Hebron, onder leiding van Eliël en 112 leden van de familie van Uzziël, onder leiding van Amminadab.
11
David riep de hogepriesters Zadok en Abjathar en de Levietenleiders Uriël, Asaja, Joël, Semaja, Eliël en Amminadab bij zich.
12
"U bent de leiders van de families van de Levieten", zei hij. "Reinig uzelf en al uw broeders, zodat u de ark van de HERE, de God van Israël, naar de plaats kunt brengen die ik daarvoor heb klaargemaakt.
13
De HERE heeft ons een zware slag toegebracht, omdat u er de vorige maal niet bij was om de ark te dragen en wij ons niet aan Gods voorschrift hielden."
14
Zo onderwierpen de priesters en de Levieten zich aan de reinigingsceremonieën, als voorbereiding op het terugbrengen van de ark van de HERE, de God van Israël.
15
Daarna namen de Levieten de ark met behulp van de draagstokken op hun schouders, precies zoals Mozes het in opdracht van de HERE had voorgeschreven.
16
Koning David gaf de leiders van de Levieten tevens opdracht de zangers te voorzien van muziekinstrumenten en zij zongen en speelden luid en vrolijk op harpen, citers en cymbalen.
17
Heman, de zoon van Joël, Asaf, de zoon van Berechja, en Ethan, de zoon van Kusaja, uit de familie van Merari, werden door de Levieten aangewezen voor de muzikale leiding.
18
De volgende mannen werden gekozen als hun helpers: Zecharja, Ben-Jaäziël, Semiramoth, Jehiël, Unni, Eliab, Benaja, Maäseja, Mattithja, Elifele, Mikneja, Obed-Edom en Jeiël, de poortwachters. De koorleiders Heman, Asaf en Ethan bespeelden tevens de koperen cymbalen en
20
Zecharja, Aziël, Semiramoth, Jehiël, Unni, Eliab, Maäseja en Benaja zongen samen, begeleid door hoog gestemde harpen.
21
Mattithja, Elifele, Mikneja, Obed-Edom, Jeiël en Azazja bespeelden de citers, die acht tonen lager waren gestemd.
22
Dirigent was Kenanja, het hoofd van de Levieten, die was gevraagd wegens zijn grote ervaring.
23
Berechja en Elkana fungeerden als wachters bij de ark.
24
Sebanja, Josafat, Nethaneël, Amasai, Zecharja, Benaja en Eliëzer (allemaal priesters) liepen vooraan in de stoet en bespeelden trompetten. Ook Obed-Edom en Jehia bewaakten de ark.
25
David, de leiders van Israël en de hoge officieren gingen toen blij gestemd naar het huis van Obed-Edom om de ark naar Jeruzalem te brengen.
26
En omdat de HERE de Levieten hielp de ark veilig naar zijn plek te dragen, offerden zij zeven stieren en zeven lammeren.
27
David, de Levieten die de ark droegen, de koorleiders en de dirigent Kenanja waren allen gekleed in linnen gewaden. David droeg bovendien nog een linnen lijfrok.
28
Zo brachten de leiders van Israël de ark onder gejuich, het geschal van bazuinen en trompetten, het gerinkel van cymbalen en luide harp en citermuziek naar Jeruzalem.
29
Maar toen de ark in Jeruzalem aankwam, voelde Davids vrouw Michal, de dochter van koning Saul, een diepe minachting voor David. Zij keek namelijk vanuit een raam toe en zag hoe hij huppelde en danste als een blij kind.
← Chapter 14
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 16 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29