bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Leviticus 3
Leviticus 3
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 2
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 4 →
1
Als iemand een dankoffer (A) aan de HERE wil brengen, kan hij dat doen met een stier of een koe, maar het dier moet helemaal zonder gebreken zijn als het aan de HERE wordt geofferd!
2
De man die het dier brengt, moet zijn hand op de kop van het dier leggen en het bij de ingang van de tabernakel slachten. Daarna zullen Aärons zonen, de priesters, het bloed van het dier aan alle kanten van het altaar sprenkelen.
3
Het dankoffer zal een brandoffer voor de HERE zijn. Het vet dat de ingewanden bedekt, de twee nieren en het vet dat daaraan zit en het vet dat aan de lendenen zit en het aanhangsel van de lever zullen de priesters, de zonen van Aäron, voor de HERE verbranden. In zo'n brandoffer verheugt de HERE Zich.
6
Als een geit of een schaap als dankoffer wordt gebracht aan de HERE, moet het zonder gebreken zijn en mag het zowel mannelijk als vrouwelijk zijn; ram of ooi, bok of geit.
7
Als het een schaap is, moet de man die het brengt zijn hand op de kop leggen en het dier bij de ingang van de tabernakel slachten. De priesters zullen het bloed aan alle kanten van het altaar sprenkelen. Ook dit dankoffer zal een brandoffer voor de HERE zijn.
9
Het vet, de staart, dicht bij de ruggegraat afgesneden, het vet dat de ingewanden bedekt, de twee nieren met het lendevet eraan en het aanhangsel van de lever zal hij ook offeren. Dit zal het brandoffer voor de HERE zijn.
12
Als iemand een geit brengt als een offer voor de HERE,
13
moet hij zijn hand op de kop leggen en het dier bij de ingang van de tabernakel slachten. De priesters zullen het bloed aan alle kanten van het altaar sprenkelen
14
en op het altaar, als een brandoffer aan de HERE, het volgende offeren: het vet dat de ingewanden bedekt,
15
de twee nieren met het lendevet eraan en het aanhangsel van de lever. Dit brandoffer zal aangenaam zijn voor de HERE. Al het vet is van de HERE.
17
Dit is een eeuwige wet voor het hele land en alle geslachten. U mag absoluut geen vet of bloed eten."
← Chapter 2
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 4 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27