bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Revelation 22
Revelation 22
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 21
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
1
De engel liet mij een rivier met het levenswater zien. Helder als kristal was het.
2
Het kwam uit de troon van God en van het Lam en stroomde midden over de hoofdstraat van de stad. Aan weerskanten van de rivier stond een levensboom, die twaalf keer per jaar vruchten droeg, elke maand een keer. De bladeren van de boom zijn voor de genezing van de volken.
3
Elke vloek zal zijn opgeheven. De troon van God en van het Lam zal in de stad staan en al Zijn knechten zullen Hem vereren.
4
Zij zullen Zijn gezicht zien en Zijn naam zal op hun voorhoofd staan.
5
Er zal geen nacht meer zijn. Zij zullen geen lamp nodig hebben en ook het licht van de zon niet, omdat de Here God hun licht zal geven. En zij zullen voor altijd en eeuwig regeren.
6
Daarna zei de engel tegen mij: "Deze woorden zijn waar en betrouwbaar. De Here God, Die de profeten ingeeft wat zij moeten zeggen, heeft Zijn engel gestuurd om Zijn dienaren te laten zien wat er binnenkort moet gebeuren.
7
Jezus zegt: 'Ja, Ik kom gauw.' Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt."
8
Ik, Johannes, zag en hoorde al deze dingen en viel op mijn knieën voor de engel, die ze me had laten zien en wilde hem vereren.
9
Maar hij zei: "Doe dat niet! Ik ben slechts een dienaar van de Here, net als u en uw broeders, de profeten en net als ieder, die ter harte neemt wat in dit boek staat. Vereer alleen God!"
10
Hij ging verder en zei: "Verzegel dit boek met profetische woorden niet, want de tijd waarin zij uitkomen, is niet ver meer.
11
Wie verkeerd doet, zal nog meer verkeerd doen; wie vuil is, zal nog vuiler worden; maar wie goed doet, moet nog meer goed doen en wie voor God afgezonderd is, moet nog meer voor God afgezonderd worden."
12
"Ja", zegt Jezus, "Ik kom gauw met mijn beloning. Ik geef ieder wat hij verdient.
13
Ik ben de Alfa en de Omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde."
14
Gelukkig zijn zij die hun kleren wassen omdat zij van de levensboom mogen eten en door de poorten van de stad mogen binnengaan.
15
Buiten de stad zijn de honden, de tovenaars, de overspeligen, de moordenaars, de afgodendienaars en allen die met plezier liegen en bedriegen.
16
"Ik, Jezus, heb mijn engel gestuurd opdat u dit allemaal aan de gemeenten zult vertellen. Ik ben zowel de wortel als de nakomeling van David. Ik ben de schitterende morgenster."
17
De Geest en de bruid zeggen: "Kom." En wie dat hoort, moet ook zeggen: "Kom." Wie dorst heeft, mag voor niets het levenswater komen drinken, als hij dat wil.
18
Ik waarschuw ieder die de profetische woorden van dit boek hoort: Als iemand er iets aan toevoegt, zal God hem de rampen laten overkomen, die in dit boek staan.
19
Als iemand iets van de profetische woorden van dit boek afneemt, zal God hem het recht afnemen om van de levensboom te eten en in de stad van God te komen, waarover in dit boek gesproken wordt.
20
Hij, Die dit alles bekend heeft gemaakt, zegt: "Ja, Ik kom al spoedig." Amen. Ja, Here Jezus, kom!
← Chapter 21
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22