bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
/
1 Chronicles 3
1 Chronicles 3
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
← Chapter 2
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 4 →
1
Dit waren de zonen van David die in Hebron werden geboren: De oudste zoon was Amnon. Zijn moeder was Ahinoam uit Jizreël. De tweede zoon was Daniël. Zijn moeder was Abigaïl uit Karmel.
2
De derde zoon was Absalom. Zijn moeder was Maächa, een dochter van koning Talmai van Gesur. De vierde zoon was Adonia. Zijn moeder was Haggit.
3
De vijfde zoon was Sefatja. Zijn moeder was Abital. De zesde zoon was Jitream. Zijn moeder was Egla, een andere vrouw van David.
4
David regeerde zeven jaar en zes maanden in Hebron. In die tijd kreeg hij zes zonen. Daarna regeerde hij 33 jaar in Jeruzalem.
5
In Jeruzalem kreeg hij vier zonen: Simea, Sobab, Natan en Salomo. De moeder van deze vier zonen was Batseba, de dochter van Ammiël.
6
Verder kreeg hij nog negen zonen: Jibhar, Elisama, Elifelet,
7
Noga, Nefeg, Jafia,
8
Elisama, Eljada, Elifelet.
9
In deze lijst zijn de zonen van zijn bijvrouwen niet opgenoemd. Hij kreeg ook een dochter: Tamar.
10
De zoon van Salomo was Rehabeam. Zijn zoon was Abiam. Zijn zoon was Asa. Zijn zoon was Josafat.
11
Zijn zoon was Joram. Zijn zoon was Ahazia. Zijn zoon was Joas.
12
Zijn zoon was Amazia. Zijn zoon was Azarja [(= Uzzia)]. Zijn zoon was Jotam.
13
Zijn zoon was Achaz. Zijn zoon was Hizkia. Zijn zoon was Manasse.
14
Zijn zoon was Amon. Zijn zoon was Josia.
15
De zonen van Josia waren: de oudste zoon Johanan, de tweede zoon Jojakim, de derde zoon Zedekia, de vierde zoon Sallum.
16
De zonen van Jojakim waren: Jojachin [(= Jechonja)] en Zedekia.
17
De zoon van Jojachin was Assir. Assirs zonen waren: Sealtiël,
18
Malkiram, Pedaja, Sennazar, Jekamja, Hosama en Nedabja.
19
De zonen van Pedaja waren: Zerubbabel en Simeï. De zonen van Zerubbabel waren: Mesullam en Hananja. Zijn dochter was Selomit.
20
Zerubbabel had nog vijf zonen: Hasuba, Ohel, Berechja, Hasadja, Jusab-Hesed.
21
De zonen van Hananja waren Pelatja en Jesaja. Zijn zoon was Refaja. Zijn zoon was Arnan. Zijn zoon was Obadja. Zijn zoon was Sechanja.
22
Sechanja kreeg een zoon: Semaja. Semaja kreeg zes zonen: Hattus, Jigeal, Baria, Nearja, Safat en nog een zoon.
23
Nearja kreeg drie zonen: Eljoënai, Hizkia en Azrikam.
24
Eljoënai kreeg zeven zonen: Hodajeva, Eljasib, Pelaja, Akkub, Johanan, Delaja en Anani.
← Chapter 2
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 4 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29