bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
/
Isaiah 38
Isaiah 38
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
← Chapter 37
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 39 →
1
In die tijd werd koning Hizkia ernstig ziek, zó ziek dat hij zou sterven. De profeet Jesaja ging naar hem toe. Hij zei tegen de koning: "Dit zegt de Heer: Regel alles voor uw familie en uw huis, want u zal sterven. U zal niet meer beter worden."
2
Toen draaide Hizkia zich met zijn gezicht naar de muur en bad:
3
"Heer, vergeet toch niet dat ik altijd heb geleefd zoals U het wil. Ik ben U altijd trouw geweest." En Hizkia huilde hevig.
4
Toen zei de Heer tegen Jesaja:
5
"Ga naar Hizkia en zeg hem: Dit zegt de Heer, de God van uw voorvader David: Ik heb uw gebed gehoord en uw tranen gezien. Ik zal u nog 15 jaar geven.
6
En Ik zal u en deze stad uit de macht van de koning van Assur redden. Ik zal deze stad beschermen.
7
Ik zal u een teken geven dat Ik ook zal doen wat Ik heb gezegd.
8
Let op, de schaduw [op de zonnewijzer] zal tien treden teruggaan." En de zon ging tien treden terug op de zonnewijzer die [koning] Achaz vroeger had laten neerzetten.
9
Dit is wat koning Hizkia opschreef toen hij weer genezen was van zijn ziekte:
10
"Ik dacht dat ik in de bloei van mijn leven door de poorten van het dodenrijk moest gaan. Ik dacht dat de rest van mijn leven mij werd afgenomen.
11
Ik dacht dat ik de Heer niet meer zou zien hier bij de levenden. Ik dacht dat ik de mensen niet meer zou zien.
12
Mijn leven was voorbij. Mijn lichaam, mijn woning, werd afgebroken. Mijn leven werd van mij weggerukt, alsof het de tent van een herder was. Ik verwachtte dat ik zou sterven, dat mijn leven opgerold zou worden zoals een wever de doek oprolt die hij heeft geweven. De Heer hoefde mijn leven alleen nog maar af te snijden. Elke volgende dag en elke volgende nacht dacht ik dat het de laatste zou zijn.
13
Tot aan de ochtend probeerde ik om tot rust te komen. Hij brak mijn kracht zoals een leeuw botten breekt. Elke volgende dag en elke volgende nacht dacht ik dat het de laatste zou zijn.
14
Mijn stem klonk nog maar als het getjilp van een zwaluw. Ik klonk zo hees als een duif. Mijn ogen keken smekend omhoog naar U: "Heer, ik ben zo bang. Kom alstublieft voor mij op!"
15
Wat moet ik zeggen? De Heer heeft gedaan wat Hij mij heeft beloofd! Ik zal nog heerlijke jaren verder leven na deze tijd van groot verdriet.
16
Heer, door uw beloften leven de mensen. Door uw beloften krijg ik nieuwe moed. U heeft mij gezond gemaakt en mij genezen!
17
Mijn grote moeilijkheden veranderden in zegen. U redde mij van de dood. Ik was ongehoorzaam aan U geweest, maar U wierp al mijn schuld achter uw rug. Daardoor kon ik blijven leven.
18
Want de mensen in het dodenrijk prijzen U niet. Zij hebben niets meer van U te verwachten.
19
Alleen de levende mensen prijzen U. Alleen de mensen die leven, zoals ik nu. Vaders vertellen aan hun zonen hoe trouw U bent.
20
De Heer stond klaar om mij te redden. Daarom zal ik muziek voor U maken en zullen we voor U zingen. Ons leven lang zullen we muziek voor U maken in het heiligdom van de Heer."
21
Jesaja had gezegd: "Laat een vijgenkoek brengen en leg die op de zweer. Dan zal hij genezen."
22
En Hizkia had aan de Heer om een teken gevraagd dat [Hij hem inderdaad zou genezen zodat] hij weer naar Gods tempel zou kunnen gaan.
← Chapter 37
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 39 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66