bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
/
Revelation 20
Revelation 20
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
← Chapter 19
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 21 →
1
Toen zag ik een engel uit de hemel komen. Hij had de sleutel van de bodemloze put en een grote ketting in zijn hand.
2
Hij greep de draak, de oude slang (dat is de duivel en de satan) en bond hem voor 1000 jaar vast.
3
Hij gooide hem in de bodemloze put en deed die boven hem dicht en op slot. Zo kon hij 1000 jaar lang de volken op aarde niet meer verleiden. Na die 1000 jaar zou hij nog een korte tijd worden losgelaten.
4
En ik zag tronen. Daar gingen mensen op zitten die als rechters over de wereld moesten rechtspreken. Ik zag ook de zielen van de mensen die waren onthoofd omdat ze in Jezus en in Gods Woord geloofden. Zij hadden niet het beest en het beeld van het beest aanbeden. Ze hadden het merkteken van het beest niet op hun voorhoofd of op hun hand willen hebben. Zij waren weer levend geworden en heersten 1000 jaar lang als koningen, samen met Christus.
5
De andere doden waren nog niet levend geworden. Zij zouden pas weer levend worden als de 1000 jaar voorbij waren. Dit is de eerste opstanding van de doden.
6
Het is heerlijk voor de mensen als ze opstaan in de eerste opstanding. De tweede dood heeft geen macht over hen. Zij zullen priesters van God en van Christus zijn. En ze zullen samen met Hem 1000 jaar lang als koningen heersen.
7
Als de 1000 jaar voorbij zijn, zal de duivel uit zijn gevangenis worden losgelaten.
8
Dan zal hij op pad gaan om de volken van de hele wereld te verleiden en op te stoken. Die volken zijn [koning] Gog met [zijn land] Magog. Hij zal de legers van de volken verzamelen voor de strijd. Die legers zijn zo ontelbaar als het zand langs de zee.
9
Ze komen van over de hele wereld aanzetten. Samen omsingelen ze het legerkamp van de gelovigen, de stad waarvan God houdt. Maar ze worden verbrand door vuur van God uit de hemel.
10
En de duivel, die hen had verleid, wordt in de zee van brandende zwavel gegooid. Dat is dezelfde zee waarin ook het beest en de leugen-profeet zijn gegooid. Daar zullen ze voor eeuwig pijn lijden, dag en nacht.
11
En ik zag een grote witte troon en Hem die op die troon zit. De hemel en de aarde vluchtten voor Hem weg en werden nooit meer gezien.
12
En ik zag de doden, belangrijke en gewone mensen, klein en groot, voor God staan. En er werden boeken opengedaan. En er werd nog een ander boek opengedaan: het Boek van het Leven. En de doden werden geoordeeld naar wat er in de boeken over hen stond opgeschreven. Alles wat ze hadden gedaan, stond er in.
13
Alle doden kwamen tevoorschijn: uit de zee, uit de dood en uit het dodenrijk. Ze werden allemaal geoordeeld, iedereen naar wat hij had gedaan.
14
En de dood en het dodenrijk werden in de zee van brandende zwavel gegooid. Dat is de tweede dood: de zee van vuur.
15
En als iemands naam niet opgeschreven stond in het Boek van het Leven, werd hij in de zee van vuur gegooid.
← Chapter 19
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 21 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22