bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
1 Chronicles 10
1 Chronicles 10
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 9
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 11 →
1
De Filistijnen streden tegen Israël. De man nen van Israël sloegen op de vlucht voor de Filistijnen en sneuvelden op het bergland van Gilboa.
2
De Filistijnen achtervolgden Saul en zijn zonen onophoudelijk en de Filistijnen doodden Jonathan en Abinadab en Malchisua, de zonen van Saul.
3
De strijd tegen Saul werd hevig en de boogschutters vonden hem en hij was erg bang voor de boog schutters.
4
Toen zei Saul tegen zijn wapendrager: “Trek je zwaard en doorsteek mij daarmee, anders komen deze onbesnedenen en gaan ze de spot met mij drijven.” Maar zijn wapendrager wilde het niet doen, want hij was erg bevreesd. Daarop nam Saul het zwaard en liet zich erin vallen.
5
Toen zijn wapendrager zag dat Saul dood was, liet ook hij zich in zijn zwaard vallen en stierf.
6
Saul stierf met zijn drie zonen en zo stierf heel zijn huis.
7
Toen alle man nen van Israël, die in de valleivlakte waren, zagen, dat zij gevlucht waren, en dat Saul en zijn zonen dood waren, verlieten zij hun steden en sloegen op de vlucht. Daarop kwamen de Filistijnen en gingen daar wonen.
8
De volgende dag, toen de Filistijnen kwamen om de gesneuvelden te beroven, vonden zij Saul en zijn zonen die in het bergland van Gilboa gesneuveld waren.
9
Zij beroofden hem en zij namen zijn hoofd en zijn wapens mee en zij stuurden die rond door het land van de Filistijnen om het goede nieuws aan hun afgoden en het volk bekend te maken.
10
Zij legden zijn wapens in het huis van hun god en zijn schedel spijkerden zij vast in het huis van Dagon.
11
Toen heel Jabes in Gilead alles hoorde wat de Filistijnen met Saul gedaan hadden,
12
stonden alle strijdbare man nen op en zij namen het lichaam van Saul en de lichamen van zijn zonen mee en brachten die naar Jabes. Zij begroeven hun beenderen onder de terpentijnboom in Jabes en vastten zeven dagen.
13
Saul stierf om zijn trouwbreuk, die hij gepleegd had tegenover de HEERE, vanwege het woord van de HEERE waar hij zich niet aan gehouden had, en ook omdat hij een dodenbezweerder om raad had gevraagd
14
en niet de HEERE was gaan vragen. Daarom doodde Hij hem en deed Hij het koningschap overgaan op David, de zoon van Isaï.
← Chapter 9
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 11 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29