bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
1 Corinthians 5
1 Corinthians 5
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 4
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 6 →
1
Kort samengevat: er wordt bericht dat er hoererij onder jullie is, en wel zo’n vorm van hoererij waarvan zelfs onder de heidenen geen sprake is, namelijk dat een zoon de vrouw van zijn vader neemt.
2
Jullie zijn opgeblazen, terwijl jullie zouden moeten treuren, dan zou degene die deze mis daad begaan heeft, uit jullie midden verwijderd worden.
3
Hoewel ik wat het lichaam betreft op afstand ben, ben ik in de Geest dichtbij en heb ik, alsof ik dichtbij was, over degene die dit gedaan heeft geoordeeld:
4
Jullie moeten allen in de Naam van onze Here Jezus Christus samenkomen en ik met jullie in de Geest, met de kracht van onze Here Jezus Christus,
5
en jullie moeten hem overleveren aan de satan, tot verderf van zijn lichaam, opdat hij in de Geest mag leven op de dag van onze Here Jezus Christus.
6
Jullie roemen is niet goed. Weten jullie niet, dat een beetje zuurdesem heel de klomp deeg zuur maakt?
7
Reinig je dan van het oude zuur deeg, opdat jullie een nieuwe deeg klomp zullen zijn. Jullie zijn immers ongezuurd, want ons Voorbijgaan soffer is Christus, die voor ons is geslacht.
8
Laten wij daarom de viering houden, niet met oud zuur deeg, niet met zuur deeg van slechtheid en kwaad, maar met zuur deeg van oprechtheid en waarheid.
9
Ik heb jullie in een brief geschreven, dat jullie niet moeten omgaan met hoereerders.
10
Ik spreek niet over de hoereerders die in deze wereld zijn of over hebzuchtigen of over afpersers of over afgodendienaren, want dan zouden jullie wel uit deze wereld moeten weggaan.
11
Maar ik heb jullie geschreven om je niet te in te laten met iemand die weliswaar ‘broeder’ heet, maar een hoereerder is of een hebzuchtig man of een afgodendienaar of een lasteraar of een dronkaard of een rover. Met zo iemand moet je zelfs geen brood eten.
12
Want wat heb ik te oordelen over buitenstaanders? Oordelen jullie hen die binnen zijn!
13
Maar die buiten zijn zal GOD oordelen. Doe de boosdoener uit jullie midden weg.
← Chapter 4
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 6 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16