bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Hosea 10
Hosea 10
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 9
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 11 →
1
“Israël is een weelderige wijnstok, hij brengt vrucht voort voor zich zelf. Naarmate zijn vrucht vermeerderde, vermeerderde hij zijn altaren, hoe mooier zijn land werd, hoe mooier zij de gewijde zuilen maakten.
2
Hun hart is verdeeld, nu staan ze schuldig. Hij zal hun altaren vermorzelen, Hij zal hun gewijde zuilen verwoesten.
3
Want nu zeggen zij: ‘Wij hebben geen koning, omdat wij de HEERE niet gevreesd hebben en ook al was de koning er: ‘Wat zou hij voor ons kunnen doen?’
4
Zij spreken lege woorden, valse eden bij het sluiten van een verbond en het on recht schiet als een giftig kruid op in de voren van de akkervelden.
5
De inwoners van Samaria zullen schrikken van het kalf van de afgod van Beth-Aven, want zijn volk zal om hem rouwen en zijn afgodspriesters zullen over hem jammeren, om zijn heerlijkheid, want die is van hem weggegaan.
6
Het zal zelfs naar Assyrië worden afgevoerd, als een geschenk voor koning Jareb. Efraïm zal schande op zich laden en Israël zal zich schamen voor zijn besluit.
7
De koning van Samaria is tot zwijgen gebracht, als schuim op het wateroppervlak.
8
De offer hoogten van Aven, de zonde van Israël, zullen worden verdelgd. Doornen en distels zullen hun altaren overwoekeren en zij zullen tegen de bergen zeggen: ‘Bedek ons!’ en tegen de heuvels: ‘Val op ons!’
9
Vanaf de dagen van Gibea heb je gezondigd, Israël. Daar bleven zij staan, immers hen zou de strijd in Gibea tegen de kinderen van ongerechtigheid niet treffen.
10
Het is mijn verlangen om hen vast te binden en volken tegen hen bijeen te brengen als Ik hen vastbind aan hun beide overtredingen.
11
Efraïm is een geoefend kalf dat ervan houdt om te dorsen. Ik ben met het juk over het goede van haar hals gegaan. Ik zal Efraïm aandrijven, Juda zal ploegen, Jakob zal zelf eggen.
12
Zaai voor jezelf tot gerechtigheid, maai liefdevolle trouw om je mond mee te vullen, ontgin braakliggend land voor jezelf, want het is de tijd om de HEERE te zoeken, totdat Hij komt en gerechtigheid over jullie laat regenen.
13
Jullie hebben slechtheid geploegd, onrecht geoogst, de vrucht van de leugen gegeten, want je hebt op je eigen weg vertrouwd, op je vele helden.
14
Er zal een groot strijdtumult tegen je volk ontstaan en al je vestingen zullen worden verwoest, net zoals Salman Beth-Arbel verwoestte op de dag van de strijd. Een moeder werd gelijk met haar zonen verpletterd.
15
Dit heeft Beth-El jullie aangedaan vanwege jullie verregaande slechtheid. Bij het morgenlicht zal de koning van Israël volledig tot zwijgen worden gebracht.”
← Chapter 9
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 11 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14