bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Leviticus 27
Leviticus 27
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 26
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
1
De HEERE sprak tot Mozes en zei:
2
“Spreek tot de zonen van Israël en zeg tegen hen dat wanneer iemand een gelofte aflegt, dat dan de losprijs van de voor de HEERE geheiligde personen overeenkomstig de door jou vastgestelde waarde zal zijn.
3
Als je de waarde van een man van twintig tot zestig jaar oud vaststelt, zal de door jou vastgestelde waarde vijftig sjekel zilver bedragen naar de sjekel van het Heiligdom.
4
Als het een vrouw is, zal de door jou vastgestelde waarde dertig sjekel bedragen.
5
Als het een jong mens van vijf tot twintig jaar oud is, zal de door jou vastgestelde waarde van een man twintig sjekel en van een vrouw tien sjekel bedragen.
6
Als het een kind is van één maand tot vijf jaar oud, dan zal de door jou vastgestelde waarde van een jongen vijf sjekel zilver en van een meisje drie sjekel zilver bedragen.
7
Als het een mensen kind is van zestig jaar of ouder, dan zal, als het een man is, de door jou vastgestelde waarde vijftien sjekel en als het een vrouw is tien sjekel bedragen.
8
Als hij te arm is om de door jou vastgestelde waarde op te brengen, dan zal men hem voor de priester opstellen en vervolgens zal de priester zijn waarde vaststellen. De priester zal zijn waarde vaststellen in overeenstemming met wat de hand, van wie de gelofte heeft afgelegd, kan opbrengen, zo zal de priester zijn waarde vaststellen.
9
Als het vee is, waarvan zij een offergave aan de HEERE brengen, dan zal alles wat men daarvan aan de HEERE geeft, heilig zijn.
10
Hij mag het niet vervangen of omruilen, een goed voor een slecht of een slecht voor een goed dier. Als hij toch een dier met een ander dier omruilt, zal zowel dit dier als het dier waarmee hij het heeft omgeruild, heilig zijn.
11
Als het een onrein dier uit het vee is, waarvan zij de HEERE geen offergave mogen brengen, moet hij dat dier voor de priester plaatsen.
12
De priester zal de waarde ervan vaststellen op basis van hoe goed of slecht het is. Zoals jij, als priester, de waarde vaststelt, zo zal die zijn.
13
Als hij het toch wil lossen, zal hij er een vijfde deel van de door jou vastgestelde waarde bij doen.
14
Als iemand zijn huis geheiligd heeft, zodat het heilig is voor de HEERE, dan zal de priester de waarde ervan vaststellen op basis van hoe goed of slecht het is. Zoals de priester de waarde ervan heeft vastgesteld, zo zal die vast staan.
15
Als degene die het geheiligd heeft, zijn huis wil lossen, zal hij er een vijfde deel van de door jou vastgestelde waarde in zilver aan toevoegen en dan zal het weer van hem zijn.
16
Als iemand een deel van de akker die hij bezit aan de HEERE heiligt, dan zal de door jou vastgestelde waarde vastgesteld worden op basis van het zaad dat erin gezaaid kan worden. Het zaad van een homer gerst zal op vijftig sjekel zilver worden gesteld.
17
Als hij zijn akker van het jubeljaar af geheiligd heeft, dan komt die op de door jou vastgestelde waarde te staan.
18
Als hij zijn akker na het jubel jaar geheiligd heeft, dan zal de priester voor hem de waarde in zilver berekenen over de jaren die nog resteren tot aan het volgende jubeljaar en zal de waarde dus lager zijn dan de door jou vastgestelde volle waarde.
19
Als degene die de akker geheiligd heeft, die toch wil lossen, zal hij een vijfde deel in zilver aan de door jou vastgestelde waarde toevoegen en dan zal deze weer aan hem toebehoren.
20
Als hij de akker niet wil lossen en hij de akker aan een andere man heeft verkocht, kan deze niet meer gelost worden.
21
Wanneer deze in het jubel jaar is vrijgekomen zal die akker heilig zijn voor de HEERE, als een volkomen gewijde akker grond. Hij zal het eigendom van de priester zijn.
22
Als iemand een door hem gekochte akker, die niet behoort tot een akker uit zijn eigen bezit, aan de HEERE geheiligd heeft,
23
zal de priester voor hem het bedrag van de door jou vastgestelde waarde tot aan het jubeljaar berekenen en op die zelfde dag zal hij de door jou vastgestelde waarde uitbetalen als heilig voor de HEERE.
24
In het jubeljaar zal de akker weer terugkomen bij degene van wie hij die had gekocht, bij hem die het land in bezit had.
25
Elke waardebepaling zal plaatsvinden op basis van de sjekel van het Heiligdom. De sjekel zal twintig gera bedragen.
26
Maar het eerstgeborene, dat onder het vee als eerstgeborene aan de HEERE toekomt, mag niemand heiligen, of het nu een rund is of een lam, het is voor de HEERE.
27
Maar als het het eerstgeborene van een onrein dier is, mag hij het lossen op basis van de door jou vastgestelde waarde en zal hij daar een vijfde deel aan toevoegen. Als het niet wordt gelost, zal het verkocht worden op basis van de door jou vastgestelde waarde.
28
Maar niets dat een man volkomen voor de HEERE afgezonderd heeft van alles wat hij aan mens en en vee en akker s bezit, mag worden verkocht of gelost. Alles wat volkomen afgezonderd is, is allerheiligst voor de HEERE.
29
Alles wat volkomen uit de mens en is afgezonderd, mag niet worden vrijgekocht, maar het moet beslist gedood worden.
30
Ook alle tienden van het land, van het zaad van het land, van het fruit van de bomen, zijn voor de HEERE. Zij zijn heilig voor de HEERE.
31
Als iemand toch een deel van zijn tienden wil lossen, zal hij er een vijfde deel aan toevoegen.
32
Wat betreft alle tienden van het rundvee en van de schapen en geiten, van alles wat onder de herders staf doorgaat, zal het tiende dier heilig zijn voor de HEERE.
33
Hij zal niet onderzoeken hoe goed of slecht het is, hij mag het ook niet omruilen, maar als hij het toch omruilt, zullen dat dier en dat waarmee hij het heeft omgeruild, heilig zijn. Het mag niet worden gelost.’ ”
34
Dit zijn de geboden die de HEERE aan Mozes, aan de zonen van Israël, op de berg Sinaï heeft geboden.
← Chapter 26
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27